zaterdag, juli 14, 1990

Het begon met een teleurstelling. Tot zijn verbijstering weigerde het museum in Schoonhoven een expositie van de collectie. Maar Jan van Nouhuys is, zo blijkt, er de man niet naar om na een teleurstelling bij de pakken neer te zitten.

Het begon met een teleurstelling. Tot zijn verbijstering weigerde het museum in Schoonhoven een expositie van de collectie, die Jan van Nouhuys, zelfstandig zilversmid in Schoonhoven in 15 jaar opgebouwd had. Zijn werk werd te klassiek bevonden. Het plan van Van Nouhuys, om daar te exposeren was niet uit de lucht komen vallen. Allereerst had een van de bestuursleden van het museum hem het idee aan de hand gedaan, verder vond hij het 15-jarig bestaan van zijn atelier een mooie gelegenheid ervoor. Bovendien wilde hij ook het werk van enkele van zijn oud-leerlingen (Jan geeft ook les aan de vakschool voor goud- en zilversmeden in Schoonhoven) ten toon stellen om hen zo doende een steuntje in de rug te geven. Maar Jan van Nouhuys is, zo blijkt, er de man niet naar om na een teleurstelling bij de pakken neer te zitten. Integendeel: de teleurstelling leidde tot een veel grootser plan, dat, als het werkt zoals het hem voor ogen staat, de zilversmederij nieuwe kansen kan geven. Staat zijn vak er dan zo slecht voor? Jan legt uit wat de problemen zijn. De industriële productie heeft de markt verzadigd, de kunstzinnige benadering geannexeerd en vervolgens gepopulariseerd, zegt hij. En nadat er in de jaren '60 een taboe op luxe en dus ook op zilver was geweest, had zijn vak in de jaren '80 te lijden onder de economische terugval. Het gevolg is dat het voor een beginnend zilversmid reuze moeilijk is, zelfs aan het noodzakelijke gereedschap is haast niet te komen. Het is de neergaande spiraal waarin zijn vak terechtgekomen is, die hem zorgen baart. De zilversmid creëert niet, omdat hij ervaart dat het kunstminnend publiek, inclusief galeries en musea, er niet op ingesteld is. En het publiek krijgt geen oog voor zilver omdat het zich niet aandient. Voor Van Nouhuys is het onbevredigend te zien, dat er voor de leerlingen die zich op de Vakschool hebben gespecialiseerd in het vervaardigen van groot zilverwerk, geen klimaat is waardoor ze kunnen uitgroeien tot ware kunstenaars. Voor zijn eigen bedrijfje ziet Van Nouhuys nog wel toekomst. Na de vakschool in Schoonhoven heeft hij een opleiding in Engeland gevolgd in het grote zilverwerk. Hij had het geluk het instrumentarium te kunnen overnemen van een oude zilversmid. Door een antiquair in Den Haag is hij geweldig gestimuleerd. Deze was blij iemand te hebben, die zijn antieke stukken kon restaureren. En na een dieptepunt in de 80er jaren, zit er nu weer een opgaande lijn in zijn bedrijf. Toch is hij ook voor zichzelf niet tevreden. Er zijn maar weinig zelfstandige zilversmeden. Voor zover hij weet is hij de enige in Nederland die een collectie van eigen ontwerpen heeft. Hij zou zich graag uitgedaagd weten door collega's, die weliswaar een concurrentie voor hem zouden betekenen, maar waardoor hij als kunstenaar ook meer zou kunnen groeien in zijn ontwikkeling. In de 17de eeuw, een eeuw die ook voor de zilversmederij een bloeitijd was, ondervonden zilversmeden wel die inspiratie van vakgenoten. Van Nouhuys heeft veel van hen geleerd door de reparatie van zilver uit die tijd. En hoe staat het nu met Het Plan? Jan en zijn vrouw Anneke hebben samen met anderen een werkgroep in het leven geroepen, die tot doel heeft het zilver meer in de belangstelling te brengen. Onder de naam 'Zilver in beweging' zal het komende jaar een aantal activiteiten georganiseerd worden, die moet resulteren in een stroom van nieuwe ontwerpen en zilveren kunstwerken, die aan het eind van dat jaar geëxposeerd zullen worden. Van Nouhuys heeft voor ogen dat er een wisselwerking komt tussen zilver- en goudsmeden, beeldhouwers, ceramisten, architecten en anderen die zich aangesproken voelen door zilver. De deelnemers aan de activiteiten zullen zich ook verdiepen in de stijlontwikkeling van de zilversmeedkunst vanaf de 17de eeuw tot nu. Als onderdeel van het plan gaat Van Nouhuys ook een miniwerksymposium organiseren met en voor drie van zijn oud-leerlingen. Tot nu toe ervaart Jan alleen enthousiasme voor het plan, zowel van de kant van zijn school, als van klanten en andere liefhebbers van zilver. Door er bekendheid aan te geven in kunsttijdschriften en kunstacademies, hoopt hij de kunstenaars te vinden die er daadwerkelijk aan mee willen doen. Sponsors moeten het geheel financieel mogelijk maken De Radio Volksuniversiteit (RVU) zal in oktober in het televisieprogramma 'Werken aan Werk' aandacht schenken aan actie 'Zilver in beweging', aan de hand van opnamen gemaakt in zijn atelier. Het plan zal, hoopt hij, mensen zo in beweging brengen dat ook zijn leerlingen het effect ervan zullen merken. Het heeft in ieder geval hem al zo in beweging gezet, dat hij zich erdoor meegenomen voelt. Wie weet waarheen? Hennie de Pous-de Jonge Uit: Nieuw Wereld Nieuws, 14 juli 1990