donderdag, januari 11, 2007

Toen ons vliegtuig neerdaalde boven Jakarta, was het eerste dat ons opviel de rode daken tussen een overweldigende hoeveelheid groen. En dit is de indruk gebleven die we van Java houden. De natuur is uitbundig: rijstvelden, klapperbomen, bananenbomen, majestueuze bergen en valleien, en overal is het groen, en overal zie je het rood van de daken tussen het groen doorschemeren.

Rood tussen het groen in de uitbundige natuur van Indonesií«
Rood tussen het groen in de uitbundige natuur van Indonesií«

We begonnen in Jakarta en dat is ook overweldigend. Deze metropool met bijna zoveel inwoners als er in heel Nederland wonen, is constant vol mensen, bussen, taxi’s, personenauto’s en motorfietsen. Per dag rijden er meer dan drie miljoen motorfietsen naast tweeënhalf miljoen auto’s. Omdat er weinig en slecht openbaar vervoer is, zit het verkeer bijna altijd vast. Om van het vliegveld, ten noordwesten van Jakarta, naar onze verblijfplaats in Ciputat te komen, dat aan de zuidwest kant van Jakarta ligt, hadden we ruim drie uur nodig. Het centrum van Jakarta is schitterend, mooie architectuur, veel moderne hoogbouw, breed aangelegde wegen, mooie pleinen en rotondes met fonteinen, standbeelden en monumenten, alles omzoomd door bomen. Maar het meeste van de stad, zo zei iemand ons en we kunnen dat bevestigen, is net een grote kampong, een wirwar van rommelige straten en straatjes, waar het heel moeilijk is de weg te vinden. We gingen naar Ciputat omdat we de gast waren van het team van Initiatives of Change (IC), dat daar een eenvoudig centrum annex kantoor heeft. Het kernteam bestaat uit studenten en pas afgestudeerden van de Islamitische Universiteit van Indonesië, die ook in Ciputat is, aangevuld met studenten van andere universiteiten in Jakarta en andere steden. We logeerden in het eenvoudige gastenverblijf van de Islamitische universiteit. Dit team van IC heeft afgelopen juli de 12de Asian Pacific Youth Conference (APYC) georganiseerd, waaraan 156 jongeren uit 30 landen deelnamen, onder wie 34 uit Indonesië. Het idee hiervoor was ontstaan, toen een aantal Indonesiërs deelnam aan de 11de APYC in 2004 in Cambodja. Door deze conferenties is een hecht netwerk van jongeren in Azië ontstaan die de problemen in hun landen willen aanpakken door een verandering in de mentaliteit en het gedrag te stimuleren te beginnen bij henzelf. Het Jakarta team had een vol programma voor ons van bezoeken, trainingen en besprekingen, onder andere over hun twee jarenplan. Ze wilden van ons leren, maar wij hebben ook van hen geleerd.

Enkele leden van het team van IC voor hun kantoor in Ciputat
Enkele leden van het team van IC voor hun kantoor in Ciputat

Als Nederlandse bezoekers aan Indonesië word je geconfronteerd met ons gezamenlijke verleden. Als voorbereiding hadden we een boek gelezen over de geschiedenis en de cultuur. Je schaamt je over het geweld, het bloedvergieten en de vaak neerbuigende behandeling van Indonesiërs tijdens de koloniale tijd. Aan de andere kant, en dit zeiden Indonesiërs ons, heeft Nederland ook goede dingen gedaan, vooral in de infrastructuur. De spoorwegen door Nederland aangelegd worden nog steeds gebruikt. Er zijn heel veel Nederlandse gebouwen, al of niet nog in goede staat. De prachtige botanische tuin naast het paleis van de vroegere gouverneur in Bogor, het vroegere Buitenzorg, is een blijvende goede herinnering. Veel oudere mensen spreken nog Nederlands. Er zijn heel veel Nederlandse leenwoorden in het Indonesisch. Indonesië is trots op zijn onafhankelijkheid. Overal in Java zagen we monumenten die daaraan herinneren. Het heeft veel goed gedaan voor de verhouding met Nederland dat ons land de Indonesische onafhankelijkheidsdatum, 17 augustus 1945, enkele jaren geleden heeft erkend.

Voor het paleis van de vroegere gouverneur in de botanische tuin Buitenzorg in Bogor
Voor het paleis van de vroegere gouverneur in de botanische tuin Buitenzorg in Bogor

De drieënhalve week in Indonesië waren zo vol ervaringen en indrukken, dat het moeilijk is een keuze te maken. En onze ervaringen zijn beperkt omdat we alleen maar op Java waren, terwijl de archipel volgens een recente telling uit 18.110 eilanden bestaat. We doen een greep. In de universiteit van Indonesië in Jakarta, waren we de gast van Emma Soekarba, die doceert aan de faculteit Filosofie. In deze liberale en neutrale universiteit, een van de beste van het land, had ze net een lezing georganiseerd door Ustadz Abu Bahar Ba’asyir, een leider van de fundamentalistische, radicale groep Majelis Mujahidin Indonesia, die de sharia wil invoeren in heel Indonesië. Hij is een nationaal bekend figuur, omdat hij, op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen in Bali, een paar jaar gevangen heeft gezeten en nu weer vrij is omdat er niet voldoende bewijs tegen hem was. We kwamen binnen net na de lezing, terwijl Emma en de bebaarde Ba’asyir omringd waren door studenten en journalisten, die, zo vertelde Emma later, kritische vragen stelden. Het was de eerste keer dat Ba’asyir in een academische omgeving een lezing hield. Emma vindt dat in een democratie terrorisme kwesties in het openbaar besproken moeten worden. In deze universiteit maakten we ook kennis met de faculteit Nederlands, waar tweehonderd studenten voltijds studeren.

Emma Soekarba praat met studenten op de universiteit van Indonesií« in Jakarta. Johannes kijkt toe
Emma Soekarba praat met studenten op de universiteit van Indonesií« in Jakarta. Johannes kijkt toe

De islam is alom aanwezig in het land. Vijf keer per dag is de oproep tot gebed via luidsprekers overal te horen. De eerste is al om vier uur ’s ochtends. Op bepaalde plaatsen dragen alle vrouwen een hoofddoek, zoals in en om de Islamitische universiteit in Ciputat, waar de hoofddoek verplicht is voor de vrouwelijke studenten. De meesten dragen hun hoofddoek boven een t-shirt en een spijkerbroek, sommigen gaan helemaal gekleed in wijde rokken en sjaals, en soms helemaal in het zwart. Er wordt gediscussieerd over de toenemende invloed van de islam op het openbare leven. Men is er ook veel mee bezig hoe de traditionele ruimdenkendheid en tolerantie in Indonesië te bewaren. In de Engelstalige Jakarta Post van 29 december 2006 staat een lang artikel van Dadi Darmadi, hoogleraar aan de Islamitische Universiteit van Indonesië. Hij schrijft dat men in Indonesië zijn godsdienst vrijelijk moet kunnen uitoefenen, maar dat de recente geschiedenis laat zien dat dat niet altijd het geval is. Daartegenover stelt hij dat ‘in tijden van crises dingen die we vaak over het hoofd zien, in feite positieve tekenen van vernieuwing zijn. Eerder dit jaar hebben enkele dorpsoudsten op de door conflicten geteisterde Molukken een raad ingesteld om de moslim en christen gemeenschappen, die eerder in een bloedig conflict verwikkeld waren, met elkaar te verzoenen.’ Hij voegt er wijselijk aan toe dat het te hopen is dat de vrede zal standhouden maar dat je het niet zeker kunt weten. ‘Maar deze positieve tekenen moet je op waarde schatten en ze zijn ook een reden om te geloven dat zaken ten goede kunnen veranderen.’ Men hecht aan het nationale motto ‘Eenheid in verscheidenheid’ en aan de staatsideologie waarop de onafhankelijkheid gebaseerd is: de Pancasila (vijf zuilen), wat inhoudt dat de Indonesische identiteit niet gedefinieerd wordt door de islam, maar door een algemeen rechtvaardig en democratisch humanisme. Mensen maken een onderscheid tussen wat islamitisch is en wat culturele invloed van de Arabische wereld. Er is veel discussie, ook in de kranten, over de sharia. Er wordt gekeken naar de ontwikkelingen in Atjeh. Terwijl men heel verheugd is over het feit dat het vredesakkoord, getekend in Helsinki in augustus 2005, Atjeh vrede en rust heeft gebracht, is men bezorgd over invoering van de sharia. In Atjeh wordt die op zo’n manier ingevoerd dat het de vrijheid en emancipatie van vrouwen beknot. Dit is ook de mening van activiste voor de emancipatie van moslimvrouwen Lily Zakiyah Munir, directeur van het centrum van Pesantren en Democratie studies, die ons in haar huis ontving en onthaalde op een heerlijk maal. (Een pesantren is een islamitische privé kostschool waarvan er heel veel zijn in Indonesië.)

Eude dichtbevolkte stadsgedeelte vlak bij de haven van Jakarta
Eude dichtbevolkte stadsgedeelte vlak bij de haven van Jakarta

In de eerder genoemde Jakarta post van 29 december 2006, waarin door een aantal scribenten op een eerlijke en kritische manier wordt teruggeblikt op het jaar, bespreekt Lily Munir de spanning die er is tussen de grotere lokale autonomie (sinds 2001) en mensen- en vrouwenrechten. Het blijkt namelijk dat decentralisatie van de macht kan betekenen dat de klok wordt teruggezet. Ook wijzen veel commentaren er op dat de invoering van de sharia de armen benadeelt en de rijken ongemoeid laat, zoals het voorbeeld van Atjeh laat zien. De corruptie van de rijken is niet zichtbaar, en dus worden hun handen er niet afgehakt. Lily Munir, die goed ingevoerd is in de Koran, toont aan dat sharia zou moeten gaan om sociale rechtvaardigheid, bescherming van de armen en verdrukten en een gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Een andere discussie gaat over polygamie. Dat recentelijk twee publieke figuren in Indonesië besloten een tweede vrouw te trouwen heeft grote verontwaardiging gewekt, vooral onder vrouwen. Lily Munir legde ons uit dat de vraag of polygamie toegestaan zou zijn in de islam een kwestie van interpretatie is. Zij beargumenteerde met aanhalingen uit de Koran, dat polygamie in onze moderne tijd juist niet toegestaan is. We hebben verschillende mensen ontmoet die actief bezig zijn met de dialoog tussen mensen van verschillende religies. Want ook al is de meerderheid moslim (bijna 90 %), met 220 miljoen inwoners zijn de minderheden van christenen, boeddhisten en hindoes, ook al gauw vele miljoenen. Professor Salman Harun doceert islamitische interpretatie aan de Islamitische Universiteit van Indonesië, maar we hebben het met hem vooral gehad over zijn werk voor het centrum voor multireligieus onderwijs. Hij heeft daar grote overtuiging voor, maar het is niet makkelijk. Hij had een interreligieuze conferentie georganiseerd, maar tot zijn grote verdriet was er nauwelijks interesse van de Indonesische christenen. Op zijn universiteit vinden ze het goed als hij zich er mee bezig houdt, maar niet zo dat ze er ook voor willen betalen. Hij heeft een aantal van de teamleden van IC gedoceerd en is zeer geïnteresseerd in hun initiatieven. Habib Chirzin ontving ons in zijn kantoor van de Indonesische Mensenrechten Commissie, samen met een collega, een gewezen generaal. Ook hij houdt zich bezig met interreligieuze dialoog als voorzitter van het ‘Islamitisch Millennium Forum voor vrede en ontwikkeling’. Dit is een interessante groep, die zich gezien hun publicaties diepgaand bezig houdt met het kweken van begrip tussen de beschavingen. Hij en Harun zien in IC een natuurlijke bondgenoot. Chirzin en de ex-generaal vertelden over de lessen in mensenrechten, die hun commissie organiseert in scholen en universiteiten. Ze hebben ook training gegeven aan politie en leger. De politie moest leren dat ze niet het leger zijn, dat ze er zijn voor de mensen. En ook het leger moet mensenrechten eerbiedigen. We merkten bij hen en ook bij anderen dat men bezorgd is over het extremisme en daarom de islam als democratische kracht wil versterken. Bij ons bezoek aan de Muhammadiya universiteit (de Muhammadiya is de in grootte tweede moslim organisatie na de Nahdlatul Ulama, NU) zei de conrector dat nog geen een afgestudeerde van zijn universiteit een moslim extremist was geworden en het was duidelijk dat ze proberen dat zo te houden. Tot onze verrassing was de naam van de Egyptische professor Nasr Abu Zayd, die in Leiden en Utrecht doceert en de boodschap uitdraagt dat

Op bezoek bij vrienden van de Van Tetterodes, Renville en Poppy Almatsier.
Op bezoek bij vrienden van de Van Tetterodes, Renville en Poppy Almatsier.

de Koran geïnterpreteerd dient te worden voor onze tijd, bij iedereen die we spraken op de drie universiteiten bekend. Ook de jonge mensen van het team van IC waarderen zijn benadering. Hij was recentelijk in Indonesië geweest om lezingen te geven. Voor we op reis gingen hadden we in Den Haag een gesprek met Dick en Agathe van Tetterode die de afgelopen decennia vele malen in Indonesië geweest zijn en er goede vrienden hebben. Tijdens Soekarno en Soeharto is Initiatives of Change’s voorloper Morele Herbewapening verboden geweest. Dus de bezoeken van de Van Tetterode’s waren altijd privé en de teamleden hadden nauwelijks contact met elkaar. Tijdens dit bezoek hebben we een aantal van hun vrienden opgezocht en waar nodig in contact gebracht met het jonge IC team. Het leuke is dat het jongerenteam graag wat oudere, ervaren mensen erbij wil hebben en dat deze ouderen hen graag willen helpen.

Met het gezin Aritonang, vrienden van de Van Tetterodes, voor de ambtswoning van de bupati van Rangkasbitung, voorheen Lebak. Eduard Douwes Dekker wordt er in ere gehouden: de straat heet Jalan Multatuli
Met het gezin Aritonang, vrienden van de Van Tetterodes, voor de ambtswoning van de bupati van Rangkasbitung, voorheen Lebak. Eduard Douwes Dekker wordt er in ere gehouden: de straat heet Jalan Multatuli

Dat we als deel van onze wereldreis Indonesië wilden bezoeken had ook een persoonlijke reden. Hennie’s moeder heeft haar jeugd, van 1919 tot 1934, doorgebracht in Tegal en Soerabaja. Daarom hebben we, en ook omdat we meer van Indonesië wilden meemaken dan alleen Jakarta, een tiendaagse rondreis per trein door Java gemaakt. De stopplaatsen waren Cirebon, Soerabaja, Yokyakarta en Bandung. Naar Cirebon gingen we omdat we het museum in Linggajati wilden bezoeken. In dit dorp in de bergen ten zuiden van Cirebon vonden in november 1946 belangrijke besprekingen plaats tussen de Indonesische en de Nederlandse regeringen over de toekomstige status van Indonesië. Dat er desondanks nadien veel geweld plaats vond voordat ook Nederland in 1949 de onafhankelijkheid van Indonesië erkende is een ander verhaal. Maar de Indonesische regering vond dit overleg zo belangrijk dat ze van het huis in Linggajati, waar het plaats vond, een museum gemaakt hebben. En de vroegere bewoonster van het huis Joty ter Kulve-van Os, wier vader het had laten bouwen, is samen met haar broer promotor van het museum in Nederland via de ‘vrienden van Linggajati’. Zij, haar broer en haar zoon waren eregasten tijdens de 60 jarige herdenking van dit overleg afgelopen november. (zie voor meer hierover op deze site onder Mensen en Thema’s/ Indonesië.)

Tuin van het museum van Linggajati
Tuin van het museum van Linggajati

Linggajati hoort bij de stad Kuningan. Omdat de burgemeester (bupati) van Kuningan heel blij is met het museum dat mensen naar zijn stad trekt en omdat hij en zijn vrouw vrienden van Joty ter Kulve zijn, waren we, zo bleek ons na aankomst, de gast van de vrouw van de bupati Utje Suganda. Dit betekende dat een auto met chauffeur ons afhaalde van het station in Cirebon en dat iemand van de VVV die Engels sprak onze gids was en ons hele programma regelde. Zo maakten we samen met mevrouw Suganda en honderden vertegenwoordigsters van vrouwenverenigingen de viering van vrouwendag mee, werden we voor de lunch ontvangen in de ambtswoning van de bupati, gebouwd door de Nederlanders, ontmoetten we de bupati zelf in zijn privé woning, bezochten we het museum van Linggajati (mooi huis met een schitterende tuin) en tot slot ook nog de kraton (paleis) van de sultan in Cirebon. We werden uitgeleide gedaan op het station en omdat de trein een klein uurtje te laat was, konden we wachten in de air conditioned vip wachtkamer op het station. De rest van onze rondreis hebben we alles zelf geregeld en dat ging ook goed. In Soerabaja logeerden we in het in 1910 gebouwde Oranjehotel, nu hotel Majapahit geheten, dat een rol heeft gespeeld in de onafhankelijkheidsstrijd, die in Soerabaja heel hevig was. We vonden de straat waar Hennie’s moeder met haar grootouders gewoond hebben, vroeger Van Stipriaan Luciusstraat geheten, nu Jalan Kalasan. En omdat het kerst was, gingen we naar de kerk waar Hennie’s familie ongetwijfeld ook heen ging. De dienst was in het Indonesisch, maar omdat de liturgie en de liederen bekend waren, konden we alles, behalve de preek, volgen en zongen we uit volle borst in het Indonesisch mee. Het was een volle kerk, met veel jonge mensen, twee koren, twee orkesten (een jongerenkoor en –orkest en een kinderkoor en -orkest). Na afloop spraken we met twee Indonesische oudere dames die Nederlands spraken en van wie er een Geertruida heette. Vooraf waren er waarschuwingen geweest voor bomaanslagen, speciaal met kerst, in de kerken. En de kerken, ook deze waar wij heen gingen, werden bewaakt. Maar we merkten niets van een angstige sfeer. De Jakarta Post van 26 december schreef op de voorpagina dat in Ambon waar van 1999-2001 sektarisch geweld heerste, moslims en christenen gezamenlijk kerstavond hebben gevierd! Onze kerstdienst in Soerabaja was blij en warm. Ook letterlijk: met een temperatuur van minstens 35 graden en een luchtvochtigheid van 90%.

Koor in de kerk tijdens de kerstdienst in Soerabaja
Koor in de kerk tijdens de kerstdienst in Soerabaja

Na Soerabaja volgde Yokyakarta met natuurlijk een bezoek aan de kraton van de sultan, de boeddistische tempel de Borobudur (heel indrukwekkend) en de Hindoeistische tempel de Prambanan, die overigens zo beschadigd is door de aardbeving van vorig jaar, dat je er alleen van een afstand naar kunt kijken. En overal zie je de altijd rokende actieve vulkaan de Merapi. Yokya is een verademing vergeleken met Jakarta. De gezellige winkelstraat Malioboro, waar je je per becak (fietstaxi) of met paard en wagen naartoe kunt laten vervoeren, is zoveel aantrekkelijker dan de vele luxe, gigantische winkelcentra die je in Jakarta vindt.

Uitzicht vanaf de Borobudur
Uitzicht vanaf de Borobudur

Tot slot van onze reis door Java spendeerden we twee dagen in het op 700 meter boven de zeespiegel gelegen Bandung, met veel mooie Nederlandse architectuur, onder andere het paleis van de gouverneur en de technische universiteit. Nederland was van plan daar de hoofdstad van te maken. Maar de loop van de geschiedenis bepaalde anders. Evenals elders ontmoetten we ook daar leden van het jonge team van IC. De drie uur durende treinreis terug naar Jakarta gaf opnieuw een indruk van de overweldigende schoonheid van Java terwijl we ons uiteraard ook terdege bewust waren van de grote armoede die er in het land is. Wat ons bij blijft is de uitbundige natuur en de hartelijkheid van de mensen. Johannes en Hennie de Pous (in Indonesië van 11 december 2006 tot 5 januari 2007)