donderdag, februari 1, 2007
Author: 

In november ben ik voor het eerst sinds enige jaren weer in Argentinië geweest, het land waar ik eind jaren vijftig mijn eerste stappen op dat continent heb gezet.

Aanleiding was onder meer het feit dat Iniciativas de Cambio daar een flat heeft geërfd, die tot nu toe op naam stond van de Zwitserse Stichting van Initiatives of Change. Door een verandering in de wet moest die nu overgedragen worden aan een gelijknamige Argentijnse stichting, die echter nog niet bestond! No problem zou je misschien zeggen in sommige landen, maar niet aldaar: de Argentijnen zijn begaafde individualisten, met een (on)gezond wantrouwen ten opzichte van hun medemens. Gelukkig zijn de mensen die ons daar (overigens zeer hartelijk!) ontvingen, ook mijn vrienden. Sommigen ken ik nog uit mijn eerste jaren. Door omstandigheden zijn wij buitenlanders in de loop van de jaren zestig vertrokken. Kennelijk hadden we niet genoeg overtuigde mensen weten achter te laten, zodat in de moeilijke jaren zeventig er geen kerngroep was overgebleven. Toen echter in 1982 de Malvinas-oorlog uitbrak, nam één vrouw het initiatief: zij trommelde iedereen bij elkaar die ze zich nog herinnerde, met haar overtuiging dat het toch te gek was dat zij die wisten van verandering en verzoening, nu met de handen over elkaar zaten! Zo kwam er een delegatie naar Caux die weer uitmondde in allerlei verzoeningsactiviteiten tussen Engelsen en Argentijnen. In ’83 en ’84 vonden er internationale conferenties plaats in Buenos Aires. Een interessant détail was, dat het in die jaren vrijwel onmogelijk was voor Engelsen om een inreisvisum te krijgen. Dankzij het feit dat de vrouw van ex-president Frondizi al jaren een goede vriendin was, heeft zij haar man ingeschakeld om garant te staan voor de goede bedoelingen van de Engelse deelnemers. Daardoor vonden er indrukwekkende ontmoetingen plaats met veteranen van de recente oorlog. Daarna werden allerlei activiteiten ontplooid, maar nadat bovengenoemde gangmaakster, Ellinor Salmon, overleed, viel de groep toch enigszins uit elkaar. Er werden nog wel individuele contacten ook met ons in het buitenland onderhouden, maar langzamerhand werd het een tuin waar te weinig gewied en gesproeid werd. De hoognodige vriendschap, kameraadschap, ontbrak. Laat staan dat men samen in een stichtingsbestuur wilde zitten! De avond van onze aankomst (ik werd vergezeld door Killy Sanchez uit Guatemala) werden we uitgenodigd voor een maaltijd, waar grieven werden gelucht en waar niemand iets zag in een toekomstige stichting. Ontmoedigd togen wij naar huis. De volgende dag (bij één van deze stellen) eindigde, na weer veel grieven, in een ‘stille tijd’, die wij voorstelden omdat we het ook echt niet meer wisten. Toen iedereen had voorgelezen wat ze hadden opgeschreven, zei de gastvrouw: ‘Nu, als je wilt, ben ik bereid op de volgende bijeenkomst (met ‘het andere kamp’) aanwezig te zijn.’ Een klein lichtpuntje. De lieden die wél voor een stichting waren, stortten op hun beurt hun hart bij ons uit. Door veel te luisteren en veel te lachen werd het ijs toch enigszins gebroken. Maar toen de beoogde voorzitter hoorde van de bezwaren en vooral de achterdocht die er bij de anderen heerste, kreeg hij zijn eigen bedenkingen. Intussen naderde de aangekondigde bijeenkomst. Twee afzeggingen deden ons het ergste vermoeden. We waren echter getroffen door het feit dat een trouwe strijdster door de jaren heen, Antonia, kwam opdagen, ook al kon zij daardoor niet naar een second opinion gesprek met een chirurg, samen met haar zoon, bij wie net kanker geconstateerd was. Maar…toen er een achttal mensen bij elkaar zat kondigde de ‘president’ aan dat hij zich terugtrok omdat hij zich niet gesteund voelde door de anderen. Enig protest, en consternatie. Het enige zinnige was om een moment van stilte in te lassen. Ik kreeg geen enkele nieuwe gedachte maar bad furieus om een uitweg. Het was de ‘president’, Ricardo, die de stilte doorbrak. ‘Als jullie mij steunen ben ik bereid de verantwoordelijkheid op me te nemen.’ En daarna volgde Elida, een zeer competente vrouw, die ook was genomineerd als bestuurslid, maar door verdachtmakingen hierop terug was gekomen. Zij was bereid toch penningmeester te worden ‘hoewel ik liever secretaris zou zijn.’ Waarop de enige jongere in het gezelschap, Florencia, die aan een IC trainingsprogramma in de VS heeft meegedaan, spontaan zei: ‘Dan ben ik wel penningmeester, ik ben gewend met excel te werken.’ Een moment om nooit te vergeten. Toen iedereen naar huis was hebben Killy en ik elkaar omhelsd van pure opluchting en dankbaarheid! Natuurlijk heeft een en ander nog veel voeten in de aarde, maar het gaat er nu om zó in contact te blijven dat die tuin regelmatig besproeid en gesnoeid wordt, opdat er iets kan opbloeien waar het land behoefte aan heeft. Dankzij de samenwerking met de jongerengroep Gente Que Avanza uit Uruguay is al bewezen hoe positief middelbare scholieren op de kernboodschap van IC reageren. Soms had ik met enige weemoed aan onze vroege, actieve dagen in Buenos Aires gedacht, ook vanwege de vreselijke dingen die er sindsdien gebeurd zijn. Toch heeft dit bezoek me gesteund in mijn geloof dat je nooit een mens of een land mag afschrijven! Digna Hintzen Uit: Ander Nieuws, januari/februari 2007.