vrijdag, maart 16, 2007

Nieuw-Zeeland is een gezegend land. Hier geen droogte en waterrestricties, zoals in Australië. Alles ziet er lieflijk en groen uit. Het leven lijkt er goed. Het weekend dat we aankwamen leek het wel of iedereen er met zijn zeilboot op uit was in de mooie baaien van Auckland.

Geyser in het vulcanische Rotorua
Geyser in het vulcanische Rotorua

De verhouding met de oorspronkelijke bevolking is hier totaal anders dan in Australië. Nieuw-Zeeland is niet begonnen als een strafkolonie. De vroege kolonisten hebben al in 1840 een verdrag gesloten met de Maori’s, het verdrag van Waitangi, waarin de landrechten van de Maori’s werden vastgelegd. De laatsten hebben in de loop der tijd die rechten wel vaak moeten afdwingen van de blanke kolonisten (Pakeha’s genaamd), en hun strijdbare opstelling hielp hen daarbij. Nog steeds is het verdrag van Waitangi af en toe in het nieuws. In de loop der jaren is gebleken dat het verdrag voor meerdere interpretaties vatbaar is, wat leidt tot conflicten tussen Maori’s en Pakeha’s. We lazen in de krant verschillende keren over het ‘Waitangi tribunaal’, dat klachten van Maori’s over land behandelt. Het meeste land is door de westerse kolonisten van de Maori’s gekocht, maar soms is land ook onteigend. Daar zijn later meestal compensatie betalingen voor gedaan. Maori families of stammen zijn vaak gezamenlijk eigenaar van het land. Zij hebben een andere, meer spirituele, verhouding met het land dan de Pakeha’s. Meer dan om de opbrengst gaat het hen om het respect voor en het bewaren van de natuur. Dankzij die houding zijn sommige natuurgebieden nog geheel ongerept gebleven, zoals het Te Urewera National Park met het schitterende Waikaramoana meer, dat nog net zo mooi is als toen Hennie er in 1974 was.

Het meer Waikaramoana
Het meer Waikaramoana

Veel en veel meer dan de Aboriginals in Australië maken de Maori’s (ongeveer 10% van de bevolking) deel uit van het openbare leven. Dat was al zo in 1974. En dat is nu nog veel meer het geval. De Maori cultuur heeft de laatste dertig jaar een enorme opleving gehad. Jonge mensen spreken de taal en volgen lessen om het beter te leren. Het voordeel is dat alle Maori’s een en dezelfde taal hebben. Er is een Maori televisie zender en wij volgden op die zender het Haka Paka culturele festival, waar groepen uit het hele land optraden. Dat was in het verleden wel anders. In de tijd dat Rei Jones (nu 80 jaar) jong was, was het de Maori’s verboden op school hun eigen taal te spreken. Hij spreekt dan ook niet goed Maori en hij en zijn vrouw Mihi spreken Engels met elkaar. Op school leerde hij alleen de geschiedenis van Engeland en niet die van zijn eigen volk. We logeren bij hen op hun boerderij even buiten Otorohanga in de vruchtbare Waikato vallei (Noord Eiland). Dit land is altijd Maori bezit gebleven en zijn familie heeft er al sinds generaties een boerderij. Rei melkt nu geen koeien meer. Het dagelijkse werk op de boerderij wordt gedaan door zijn nicht en haar man. Rei en Mihi’s huis staat op een heuvel vanwaar we de hele boerderij in de vallei kunnen zien liggen. Hij kan er zo dus goed een oogje op houden.

Mihi en Rei Jones op hun boerderij
Mihi en Rei Jones op hun boerderij

Rei en Mihi nemen ons mee naar hun Marae (gemeenschapshuis) in Te Kuiti (het merendeel van de plaatsnamen en geografische namen zijn Maori). In en rondom de Marae moet alles volgens een protocol gebeuren. Na de officiële ontvangstwoorden van Rei – hij is een van de oudsten – doen we de schoenen uit en mogen we de Marae binnengaan. Rei leidt ons langs het houtsnijwerk dat de voorouders voorstelt, er tussen hangen foto’s van de latere generaties, zoals Rei’s vader, grootvader en ooms. Sommige van die voorouders waren Europeaan, vandaar ook zijn achternaam Jones. Er hangt een foto van het Maori bataljon dat met de geallieerden in Europa meevocht in de Tweede Wereldoorlog. Ook Rei’s vader was daarbij. Er was ook een houten beeld van Kupe, de ontdekker van Nieuw-Zeeland. Volgens de overlevering zijn de Maori’s in de elfde of twaalfde eeuw in zeven kano’s vanuit een eiland in de Stille Zuidzee naar Nieuw-Zeeland gekomen. Van de oorspronkelijke bewoners die zij hier aantroffen is niet veel bekend. Zij zijn in ieder geval uitgestorven. Abel Tasman was dus niet de eerste ontdekker van Nieuw-Zeeland. Onze gastheer in Auckland merkte op dat Tasman de pech gehad had in het Zuid Eiland aan land te gaan, waar hij zeer onvriendelijk door de Maori’s ontvangen werd. Toen de Engelsen wat later op het Noord Eiland aan land gingen, troffen ze een vriendelijker stam aan. Was het andersom geweest, dan was Nieuw-Zeeland een Nederlandse kolonie geworden en werd er nu hier Nederlands gesproken. Wel wordt Tasman geëerd in een aantal namen. De een na hoogste berg is naar hem genoemd (de hoogste naar James Cook), een natuurpark, en de zee tussen Australie en Nieuw Zeeland heet de Tasmanzee.

De bergen Cook en Tasman gezien vanaf de westkust op het Zuid Eiland
De bergen Cook en Tasman gezien vanaf de westkust op het Zuid Eiland

Zoals velen hier, heeft ook onze gastheer in Auckland een kleurrijke afstamming, Frans, Engels en Deens. Louis de la Mothe Fénelon is eigenlijk een Franse graaf, maar zijn voorvader vluchtte voor de Franse revolutie naar Engeland en vandaar naar Nieuw Zeeland. Het slot Fénelon staat nog steeds in de Dordogne en in de hal van de Fenelons hangt er een foto van. Zijn titel zegt de mensen hier niets en ook het ‘de la Mothe’ heeft hij laten vallen, evenals het accent. Nieuw-Zeeland is dan wel niet Nederlands geworden, het is genoemd naar een Nederlandse provincie, overal kom je Nederlanders tegen en zie je Nederlandse bedrijfsnamen. Onze landgenoten leggen hun stempel op het leven hier. Er zijn spannende emigratieverhalen. In Hamilton bijvoorbeeld logeerden we bij een Friese pottenbakker, Melis van der Sluis. In de jaren vijftig wilde zijn vader met het hele gezin emigreren en hij stuurde zijn oudste zoon, de 19-jarige Melis, vooruit om poolshoogte te nemen. Zijn jongere zusje ging mee om voor Melis te koken en zo ondernamen ze de maanden durende bootreis via het Panama kanaal. In Wellington aangekomen namen ze de trein naar het noorden omdat het daar warmer is. Onderweg vroegen ze aan andere passagiers of zij een kleine provinciestad kenden (zij kwamen zelf uit de provinciestad Bolsward). Ja, werd hen verteld, dan moeten jullie in Hamilton uitstappen. Dat deden ze. Binnen drie dagen hadden ze werk en een jaar of zo later kwam het hele gezin. Nu is Melis een bekende kunstenaar in Nieuw-Zeeland en exposeert hij ook in Nederland. Zijn Deense vrouw Ruth heeft ook een spannend emigratieverhaal (haar vader vluchtte met zijn gezin voor de dreiging van het communisme) en eigenlijk geldt dat voor iedereen met wie we spreken. (Het verhaal van Melis staat in ‘Het wrede paradijs’, een boek met emigratieverhalen door Hylke Speerstra, die voor zijn verhalen de hele wereld afreisde.)

Freek en Jantje Siraa op hun boerderij
Freek en Jantje Siraa op hun boerderij

Nieuw-Zeeland is een landbouw land. Behalve bij Rei en Mihi hebben we nog bij twee andere boeren gelogeerd. In het noorden vlak onder Auckland hebben Freek en Jantje Siraa, die we nog uit Nederland kennen, een mooie boerderij. Ze kijken uit over glooiende heuvels en bossen. Omdat niemand van hun vier kinderen de boerderij overneemt, is Freek het bedrijf aan het afbouwen. Het melkvee heeft hij weggedaan. ‘Het kostte me een jaar om daar overheen te komen’, zegt hij. Hij heeft nu nog alleen vleeskoeien. Om bij hun boerderij te komen, moet je eerst naar het plaatsje Waiuku, vervolgens verder naar het kleinere dorpje Otawa om daarna nog verder te rijden naar het gehucht Maioro. De Siraa’s kunnen hun buren niet zien. En als er over hun weg een auto rijdt anders dan de melkauto of de postbode, vragen ze zich af wie dat kan zijn. Ofschoon Jantje in het begin wel heimwee had naar Nederland, zijn ze toch blij in Nieuw-Zeeland te zijn. Vooral, zoals Freek zegt, vanwege de ruimte die er is. ‘Ik kan hier ademhalen.’ De boerderij waar we op het Zuid Eiland logeerden, was meer een landgoed. Garfield en Helen Hayes zijn de derde generatie die de boerderij bestieren. Omdat zijn grootvader de eerste Europeaan was die zich in die streek vestigde, heet hun weg ‘Hayes Road’. De boerderij, homestead, is omgeven door hoge bomen en je komt er via een oprijlaan. De Hayes hebben 5000 schapen, lammeren niet meegeteld. Ook 200 vleeskoeien. Hij neemt ons mee naar de heuvel met de landingsbaan, waar de vliegtuigjes landen die de kunstmest over het land verspreiden. Vanaf die plek heb je een mooi overzicht van zijn bedrijf. Het is de bedoeling dat zijn zoon het bedrijf overneemt.

Maori's zingen een welkomslied op de marae
Maori's zingen een welkomslied op de marae

Toen Hennie hier meer dan dertig jaar geleden was, werkte ze met de Maori Anglicaanse dominee Canon Wi Te Tau Huata. Deze kleurrijke dominee was aalmoezenier van het Maori bataljon in de Tweede Wereldoorlog geweest en predikant van de Maori koningin in Ngaruawahia, ten noorden van Hamilton. In de tijd dat Hennie er was, werkte hij als predikant in Wairoa, aan de oostkust van het Noord Eiland. Er woont hier een concentratie van Maori’s, die er veel land bezitten en in Wairoa 60% van de bevolking uitmaken. Het is het gebied van de Kahungunu, die afstammen van de Takitimu kano, een van de zeven kano’s. In Wairoa staat de belangrijkste marae van de stam, de Takitimu marae, die tot de mooiste van het land hoort. Canon Huata was meer dan dominee. Hij initieerde ook veel activiteiten rond de Takitimu marae. Hij wilde de Maori’s morele waarden bijbrengen die hen in staat zouden stellen hun rol in de samenleving met waardigheid te vervullen. Daarvoor moesten ze ook hun eigen geschiedenis kennen en de culturele waarden leren. De marae is daarvoor de geëigende plaats, omdat de geschiedenis in de figuren van de voorouders vanaf de muren meekijkt. Het is ook een sacrale plek waar respect heerst voor wijsheid, ouderdom, onvergankelijke waarden en de natuur. Toen we deze keer Wairoa bezochten hoorden we dat er nu minder rond de marae gebeurt. Dat komt doordat de opvolgers van canon Huata niet dezelfde motivatie, daadkracht en overtuiging hebben. Maar ook paradoxaal genoeg omdat de Maori cultuur meer deel is geworden van het openbare leven. Men hoeft daar niet meer voor naar de marae. Bovendien, zo vertelde ons Lil Huata, een aangetrouwde nicht van de canon, die met haar man het land van de Huata’s in Wairoa bestiert, willen de jonge vrouwen niet zoals zij vroeger deden, zoveel tijd vrijwillig besteden aan de marae. Vroeger gebeurde alles rond de marae. Dat is niet meer zo. Het wordt nu ook moeilijk om voor het noodzakelijke onderhoud te zorgen.

Denise Eaglesome
Denise Eaglesome

Denise Eaglesome wier moeder Mona met Lil en vele anderen zorgden voor de Takitimu marae, zit in het bestuur van Takitimu en maakt zich er zorgen over hoe betaald kan worden voor de noodzakelijke schilderbeurt. Denise geeft les aan Wairoa college, waar 80% van de kinderen Maori is. Ook is ze gemeenteraadslid van Wairoa. Als enige vrouw en als enige Maori is ze met voorkeurstemmen gekozen. In Wairoa bezochten we het graf van canon Huata op de Huata begraafplaats. Die ligt op een afgelegen plek op hun eigen land. Je moet eerst door een weiland langs paarden, schapen en koeien lopen om er te komen. De Anglicaanse kerk heeft Huata geëerd door een biografie van hem uit te geven. Lil liet ons het met foto’s geïllustreerde boek zien, waarin achterin de Maori liederen staan die hij gecomponeerd heeft. Ten zuiden van Wairoa ligt Hastings, waar enkele van de kinderen van canon Huata op hun eigen manier zijn voorbeeld volgen. Te Rangi en Tama Huata, twee zoons, hebben daar een academie voor Maori uitvoerende kunst opgericht. Te Rangi leidde ons rond in zijn school, die ‘Te Wanganga Whare Tapere o Takitimu’ heet. Een zang- en dans groep van de school toert ieder jaar door de VS. Ze hopen ook meer bekendheid in Europa te krijgen. Tama Huata was de organisator van het Paka Haka festival, waar we hierboven over schreven. Een dochter van canon Huata, Heke Huata, is betrokken bij ‘Te Kohanga Reo’, de organisatie van Maori kleuterscholen. Deze zijn 20 jaar geleden opgericht toen bleek dat de Maori taal verloren dreigde te gaan. Alleen de grootmoeders konden die nog spreken. Die grootmoeders werden toen ingeschakeld om de kinderen in de kleuterscholen Maori te leren.

kerkje in een natuurgebied op het Zuid Eiland
kerkje in een natuurgebied op het Zuid Eiland

Nieuw-Zeeland is een schitterend mooi land. De natuur biedt veel afwisseling. Het vulkanische Noord Eiland en het bergachtige Zuid Eiland zijn heel verschillend. Aan de wilde, ongerepte en zeer schaars bewoonde westkust van het Zuid Eiland komen de gletsjers tot 240 meter boven de zeespiegel, waar ze de subtropische regenwouden ontmoeten. De meren zijn schoon. Er is hier geen bio-industrie. De dieren lopen altijd buiten. Toch lijkt het of er voor veel mensen iets ontbreekt. De band met Europa en het moederland Engeland is heel sterk. Veel jongeren gaan voor ze aan hun werkzame leven beginnen, eerst een poosje naar Europa. De ‘overseas experience’ noemen ze dat. En een aantal van hen blijft daar of gaat in Australië werken, waar het leven meer uitdaging lijkt te bieden (en de salarissen hoger zijn). Mensen zeggen grappigerwijs, maar met een ernstige ondertoon, dat hun land aan de rand van de wereld hangt. De wereld hier is die van de eindeloos grote en stille Zuidzee met hier en daar wat eilanden. Het team van Initiatives of Change hier voelt de band met die eilanden. Peter en Glenys Wood, die IC hier coördineren, zijn veel in Fiji en hebben voor het werk daar financiële steun gekregen van de Nieuw-Zeelandse overheid. Ook zijn veel mensen, net als hun Australische collega’s, betrokken bij IC projecten in Azië. Garfield en Helen Hayes hebben, voordat ze de boerderij overnamen, 15 jaar in het buitenland gewerkt met IC en veel gedaan in India, onder andere voor het centrum Asia Plateau, Panchgani. Ook Rei Jones heeft voordat hij de boerderij overnam in het buitenland gewerkt met IC. Alan Porteous, die nu voor het ministerie van landbouw werkt, heeft met zijn vrouw Marion jaren op de boerderij van Asia Plateau gewerkt, die door zijn ouders was opgezet. Ook Freek en Jantje Siraa hebben daar hun bijdrage geleverd voordat ze naar Nieuw Zeeland kwamen. Alan Porteous gaat nog geregeld naar India om te helpen met het werk en met name met een nieuw project voor plattelandsontwikkeling, dat vanuit Asia Plateau van start gaat. Wij vonden veel mensen hier heel betrokken bij de wereld en wat ons betreft bungelt dit land er allerminst bij. Maar het blijft een gek fenomeen dat voor de Europeaan Nieuw-Zeeland verder weg is dan Europa voor de Nieuw-Zeelander. Johannes en Hennie de Pous In Nieuw Zeeland van 16 februari tot 14 maart 2007