vrijdag, mei 25, 2007

Na viereneenhalve maand doorgebracht te hebben in de tropen en het warme zomerse zuidelijk halfrond reisden we over de Stille Zuidzee naar New York, waar we verwelkomd werden met een dik pak sneeuw en twee graden vorst.

De universiteit in het besneeuwde Princeton
De universiteit in het besneeuwde Princeton

Twee weken aan de oostkust van de Verenigde Staten van Amerika, het machtigste en dikwijls meest verguisde land ter wereld. Wat kun je daar over schrijven? Ten eerste dat een kopje koffie er niet altijd in zit. Ketens als Star Bucks en wegrestaurants serveren gigantische bekers. Zelfs de kleinste, ‘tall’ geheten, is enorm. Ten tweede dat de wegen, tenminste in de drukker bevolkte gedeelten, breed zijn en het aantal auto’s groot. De meeste mensen rijden beschaafd en houden zich, na toevoeging van een extra 10 mijl per uur, aan de maximum snelheid. Het Empire State Building is inderdaad indrukwekkend hoog. Maar dat is de oppervlakte. Wat kun je zeggen over een land met 300 miljoen inwoners, dat zo groot is dat je ongeveer alle klimaat types tegenkomt en dat sinds de komst van de eerste blanken een smeltkroes is geworden waarin de Indianen lange tijd aan de onderkant zaten. Het stempel dat de Europeanen op dit continent hebben gedrukt is net zo duidelijk als dat op Australië en Nieuw Zeeland waar we eerder over hebben geschreven. De laatste dag van onze twee weken hier, waarin we rondreisden tussen Boston in Massachusetts en Richmond in Virginia, brachten we door in het plaatsje New Castle, enkele honderden kilometers ten zuiden van New York, dat door Nederlanders, Engelsen en Zweden gesticht is. De belangrijkste inwoners van dat plaatsje waren de Van Dyke’s. Onze gastvrouw in Richmond, Suzan Corcoran, is een afstammelinge van die familie en had ons aangeraden naar New Castle te gaan. Een heerlijk rustig en klein stadje, met Europees aandoende gebouwen waaronder een Nederlandse kerk. Het bed en breakfast uit 1860, ingericht als een museum, ademde een herkenbare sfeer. Gedurende onze reis om de wereld die op 5 november 2006 begon, hebben we vaak tegen elkaar gezegd dat het bezoeken van een land je een betere kans geeft om je in te leven in de mensen en de situatie van dat land dan het lezen van een artikel of het zien van een televisie programma. Die kans werd voor ons nog vergroot doordat we bijna altijd de gast waren van vrienden en collega’s en slechts beperkt waren aangewezen op hotels. En het proberen je in te leven in een ander land is misschien met name belangrijk waar het de Verenigde Staten van Amerika betreft. Hoe je het ook wendt of keert, de VS is een belangrijk land. Het neemt veel initiatief en verantwoordelijkheid en is daardoor kwetsbaar.

Ground Zero, de plek waar de Twin Towers stonden is nu een gigantische bouwput
Ground Zero, de plek waar de Twin Towers stonden is nu een gigantische bouwput

Inleven. Een voorbeeld. Velen hier laten hun vaderlandsliefde veel duidelijker zien dan wij dat in Nederland doen. Veel huizen hebben altijd de vlag uit. Toen wij in New York een bezoek brachten aan Ground Zero, de plek waar tot 11 september 2001 de Twin Towers stonden, zagen we een middelbare schoolklas die aan de rand van de bouwput met tranen in de ogen het volkslied zong. Het bevreemde ons, maar de ernst waarmee ze zongen was ook ontroerend. Het gaf een blik in de ziel van het land. Onze vriend, Rob Lancaster, uit New York die ons vergezelde had, was zichtbaar geroerd. Vlak bij Ground Zero bevindt zich de St. Paul’s kerk. Deze kerk is wonder boven wonder geheel gespaard gebleven tijdens de aanvallen. Hij heeft dienst gedaan als toevluchtsoord voor de brandweerlieden en andere hulpverleners. Nu is het hele gebouw een herdenkingsplaats en geeft het een goed beeld van de sfeer ten tijde van de aanvallen en ook hoeveel vrijwillige hulpverleners er waren en hoeveel mensen zich ook weer hebben ingezet om die hulpverleners op te vangen. En niet even, maar dag en nacht en maanden lang. Het medeleven van duizenden en uit vele delen van de wereld is tentoongespreid in deze kerk. Vaak kwam de oorlog in Irak ter sprake. Het was interessant om te merken dat de meeste Amerikanen, ten minste degenen die wij spraken, niet (meer) achter deze oorlog staan. Maar wat ons ook duidelijk werd is dat wel of geen oorlog in Irak geen vrijblijvende vraag meer is. Is het geen verraad aan de duizenden doden en nog veel meer ernstig gewonden, als je zegt dat deze oorlog eigenlijk geen wettelijke grond heeft en nooit had mogen plaats vinden. Waarvoor hebben al die zonen en dochters dan hun leven gelaten?

Harry en Beverley Almond voor hun huis in North Egremont
Harry en Beverley Almond voor hun huis in North Egremont

We bezochten in een klein plaatsje, North Egremont, in de staat Massachutets het bejaarde echtpaar Harry en Beverley Almond. Hij was predikant in de ‘Dutch Reformed Church’, en was in de jaren veertig van de vorige eeuw uitgezonden geweest als zendeling in Irak. Hij raakte er steeds minder van overtuigd dat het juist was de Irakezen tot christen te bekeren, maar wilde liever samen met hen, hij als christen en zij als moslims, ijveren voor een rechtvaardige en vreedzame wereld. Dus besloten hij en zijn vrouw in 1951 ontslag te nemen bij zijn kerk, die daar overigens alle begrip voor hadden, en op fulltime basis met Morele Herbewapening te gaan werken. Ze bleven werken in het Midden-Oosten, maar nu meer op de basis van gelijkwaardigheid en partnerschap. Omdat Harry Almond zeer bezorgd is over de onwetendheid in de VS met betrekking tot het Midden-Oosten, en ongelooflijk boos is over de oorlog in Irak, is hij bezig zijn memoires te schrijven. Zijn landgenoten moeten begrijpen, vindt hij, waar de haatgevoelens in die landen tegenover de VS vandaan komen. Hij wordt bij het schrijven geholpen door zijn schoonzoon. Rob en Suzan Corcoran waren onze gastheer en gastvouw in Richmond, Virginia, een anderhalf uur rijden ten zuidwesten van Washington. Met anderen zijn zij sinds de eind jaren zeventig actief betrokken bij het verbeteren van de verhouding tussen de Afro-Amerikanen en de blanken in Amerika. Zij geloven dat je nooit tot een goede en gelijkwaardige relatie tussen de rassen kunt komen als je niet eerlijk bent over de donkere bladzijden in de geschiedenis. Sinds de gemeenteraad van Richmond in meerderheid uit zwarten bestaat (1979) zijn er door Initiatives of Change in samenwerking met de gemeenteraad en andere instanties allerlei programma’s en activiteiten opgezet die bijdragen aan die verbeterde verstandhouding. (In de jaren zestig kon Arthur Ashe, de later als eerste zwarte Amerikaan Wimbledon won, niet op dezelfde tennisbaan spelen als de blanken. Nu staat er een standbeeld van hem op de mooiste laan van Richmond tussen alle helden uit de burgeroorlog!)

vlnr: Rob en Suzan Corcoran, Tee Turner, Audrey Burton, Cricket White, Bonnie Dowdy en Don Cowles na een team vergadering van Hope in the Cities in Richmond
vlnr: Rob en Suzan Corcoran, Tee Turner, Audrey Burton, Cricket White, Bonnie Dowdy en Don Cowles na een team vergadering van Hope in the Cities in Richmond

In 1993 organiseerde Initiatives of Change, dat in Richmond werkt onder de naam Hope in the Cities, een grote conferentie. Onderdeel daarvan was een wandeling langs plekken in de stad die te maken hebben met de slavenhandel. De gemeenteraad heeft dat opgepikt en een slavenroute-commissie ingesteld. Het pad van deze wandeling van 1993 is nu een officiële route geworden die bijvoorbeeld door scholieren wordt gelopen ten einde hen voor te lichten over die zwarte periode in de Amerikaanse geschiedenis. Amerika was uiteraard niet het enige land dat bij die handel betrokken was. Daarom hebben de mensen van Hope in the Cities contact gezocht met mensen in Liverpool en in Benin, in West Afrika en werken nu samen in een ’driehoek van verzoening’. Op 30 maart j.l. werd in Richmond, in het bijzijn van 5000 mensen, een standbeeld onthuld, ontworpen door een Engelse beeldhouwer, ter nagedachtenis aan de slavenhandel en de afschaffing daarvan in Engeland precies 200 jaar geleden. Behalve de ambassadeur uit Benin was er een delegatie van zo’n twintig mensen uit Liverpool waar eerder hetzelfde standbeeld was onthuld, zoals dat ook het geval was in Benin. Men is van plan om dat gebaar van verzoening uit te breiden met samenwerking op het gebied van onderwijs, cultuur en economie. Johannes en Hennie de Pous in de Verenigde Staten van Amerika van 17 tot en met 30 maart 2007