dinsdag, juli 1, 1997

De één is 94 en woont in een kamer van krap vier bij vier in een verzorgingstehuis en kijkt uit over Zwolle. De ander is 83 en woont zelfstandig in een ruime bungalow met een nog ruimere tuin in het dorp Ermelo. Beiden hebben hun vrouw verloren, respectievelijk acht jaar en negen maanden geleden. Beiden zijn kinderloos. Ondanks gemis, ongemak en ouderdom stralen beiden optimisme en levenslust uit. We praten met hen over het leven van alledag.

Ir. G.H. (Trudes) Voorhoeve, de oudste van de twee, wordt iedere ochtend wakker een kwartier voordat de wekker om zeven uur gaat. 'Dan doe ik mijn best op tijd klaar te zijn voor de koffie om tien uur. We zitten dan beneden in een kring en iedereen heeft verhalen.' Met smaak vertelt hij over zijn medebewoners. 'Iedereen heeft zijn eigen geschiedenis en je hebt altijd stof voor een gesprek.' Het is duidelijk dat hij een goede luisteraar is. Zijn mensen ook geïnteresseerd in zijn verhalen? Na die vraag zwijgt hij even. 'Weinig', antwoordt hij dan. Maar dat schijnt hem niet te deren. En soms kan hij iets doorgeven van zijn geloof in een liefhebbende God. Bijvoorbeeld toen ze stonden bij het opgebaarde lichaam van de vrouw van een medebewoner ('mijn vriend', zegt hij.). 'Wil iemand iets zeggen?' vroeg de zuster. 'Ik heb toen het Onze Vader gebeden.' Een moeilijke tijd was het vlak na het overlijden van zijn lieve vrouw Gusta, voor wie hij intensief gezorgd had. 'Je mag vragen of een nachtzuster nog even bij je langs komt. Ik lag een keer 's nachts te huilen toen ze langs kwam. Zij pakte mijn hoofd en zei: "Ga maar lekker slapen." Dat deed mij alle goeds.' Een goede vriend bij wie hij wel zijn verhaal kwijt kan en die hem helemaal begrijpt, is Jan in 't Veld, bij wie we daarna op bezoek gaan. Sportief gekleed en bruin verbrand, doet hij open. We zitten daarna in zijn mooie tuin te praten. 'Vind je het niet raar hier, nu Annie er niet meer is?' vraagt hij ons. Het is een leegte in het huis en in zijn leven. Vanaf 1936, toen hij Morele Herbewapening ontmoette en een totale vernieuwing doormaakte, heeft hij geprobeerd, eerst alleen, later met Annie, te leven vanuit het geloof dat God wat te zeggen heeft aan wie naar Hem wil luisteren. 'Ik vind dat wel veel moeilijker nu ik alleen ben. Annie, zelf door reuma aan huis gebonden, moedigde me altijd aan van alles te ondernemen.' Toen Jan 69 was, zijn ze voor de gezondheid van Annie in Ermelo komen wonen. Behalve Annie's zuster en zwager kende hij er niemand. 'We hadden de gedachte,' zo vertelt hij, 'dat iedereen die hier over de vloer komt Gods bedoeling is. Een van de eerste mensen was een ouderling van de kerk. Ik had me tot dan nooit actief met de kerkelijke functies beziggehouden. Het gesprek ging over de vele eenzame mensen in Ermelo. Ik ben toen begonnen namens de kerk bezoeken te brengen, soms met Annie samen. Na een jaar werd ik ouderling. Zo hebben we veel mensen leren kennen, jong en oud in en buiten Ermelo. Met een aantal heb ik goed geestelijk contact.' God kan je op allerlei manieren leiden, zo ervaren beide heren. Door wonderlijke omstandigheden, door iets wat iemand zegt, door de natuur. Aan beiden is te zien, dat als je daar open voor staat, het leven, ook op hoge leeftijd, een kunstwerk kan worden. Hennie de Pous-de Jonge