donderdag, september 30, 1999

Toespraak door J.Th.L. Papeveld.

Vanaf 15 mei 1998 beschikt de politie regio Utrecht over een expertisecentrum politie en allochtonen. Graag wil ik U daarover een en ander vertellen.

Ik wil U eerst schetsen minderheden in Nederland in een historisch perspectief ,waarbij ik de actualiteit van vandaag zeker zal raken, vervolgens stilstaan bij de stichting van het expertisecentrum en haar doelstelling.

20 jaar na het geruchtmakende rapport "politie in verandering" van de toen jonge ambitieuze inspecteurs Wiarda, Northolt en Straver, is het thema maatschappelijke integratie onverminderd actueel.
Na de reorganisatie van de politie ontstond er opnieuw belangstelling voor kleinschalig werken, de wijkpolitie.
De politie regio Utrecht maakte er een thema van. Wijkpolitie, noodhulp en service, waarbij de wijkpolitie terecht als eerste wordt genoemd en als leidend wordt beschreven.

Toch is dit niet nieuw. In de jaren '60 was deze manier van werken in Dordrecht en in Vlaardingen al bekend. De politie dicht bij de burger, omdat die de veiligheidsspecialist is in zijn eigen omgeving. De introductie van het integraal veiligheidsbeleid illustreert de groei van het besef dat de politie haar werk niet kan doen zonder afstemming met anderen, gemeentelijke diensten, welzijnsinstellingen, huisvesting, sociale dienst en burgers.

De politie moet dus samenwerken met anderen.
En sommige mensen zijn anders dan andere. We kennen ze al eeuwenlang. We hadden er ook altijd een naam voor.

100 v. Chr - barbaar
1600 - heiden
1900 - vreemdeling
1960 -gastarbeider
1975 -buitenlander
1985 - etnische minderheid
1991 - allochtoon
1992 - immigrant
1993 - asielzoeker

Anderen. En het zijn er meer dan een paar.

In de demografische schets van het Cultureel Planbureau van mei 1998 ( SCP de ontwikkeling van de sociale problematiek in stedelijk Nederland ) worden de belangrijkste ontwikkelingen genoemd:

Vergrijzing, ontgroening, huishoudensverdunning en immigratie.

In 1996 woonden in Nederland 15,5 miljoen mensen.

Als we allochtoon noemen :" Iedere ingezetene met een buitenlandse herkomst volgens het eigen geboorteland of dat van een van de ouders" dan zijn dat er 2,6 miljoen of meer dan 16 % van de bevolking.

Zijn we strenger., "beide ouders in het buitenland geboren " dan zijn het er 1,7 miljoen of 11 % van de bevolking .

Beperken we ons tot mensen uit Marokko, Turkije , Suriname , de Antillen en de asielzoekers dan hebben we het over 1,3 miljoen mensen of 8,4 % van de Nederlandse bevolking.

46 % van de minderheden woont in een van de vier grote steden, tegen 13 % van de totale bevolking.
Utrecht heeft de meeste Marokkanen. In 1997 had 7.9 % van de Utrechters de Marokkaanse etniciteit tegen 4.31 % Turkse . 28.7 % van de Utrechters heeft een niet-Nederlandse etniciteit.

Vanaf 1988 zijn met name de delinquente Marokkaanse jongens in het nieuws.

( Een aan te bevelen boek hierover is:" Politie en criminaliteit van Marokkaanse jongens, door Coppes, De Groot en Sheerazi, uitgave Gouda Quint Deventer ISBN 90-387-0550-6 )

Recent verscheen ook de CRIEM-nota, over criminaliteit in relatie tot de integratie van etnische minderheden. (kamerstuk 25726 nr.1 Tweede Kamer, vergaderjaar 1997-1998, een uitgave van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, directie coördinatie minderhedenbeleid.

Als gevolg daarop verscheen het rapport van de commissie Marokkaanse jeugd, "Samen vol vertrouwen de toekomst tegemoet", met perspectieven voor de Marokkaanse jeugd in de Nederlandse samenleving in de 21e eeuw. ( Commissie Azzougarh, ingesteld door de Minister van justitie, rapport mei 1998.).

Veel eerder lag er al " De minderhedennota van de Nederlandse regering" 1983. Daarin werd al gesteld :
" De politie heeft een bijzondere rol in de multiculturele samenleving en wel bij het vermijden en oplossen van spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen onderling en tussen allochtone groeperingen en de politie"

Nederland en minderheden, we hebben al eeuwenlang wat met elkaar. (Zie :"Vooroordelen vertekenen" van de Anna Frankstichting, Uitgeverij SDU , ISBN 90-12-0850-8 ).

De centrale ligging in Europa, de bloeiende havensteden en de handelsgeest van de Nederlanders maakten van Nederland een open land. Door de eeuwen heen hadden we de naam gastvrij en tolerant te zijn. En vooral als immigranten geld te besteden hadden gingen zakelijk inzicht en verdraagzaamheid hand in hand.

In de 17e eeuw lag het percentage buitenlanders in Amsterdam rond de 30 %. In de 16e en 17e eeuw kwamen protestanten uit België, Hugenoten uit Frankrijk, Joden uit Spanje en Portugal, marskramers en handwerkslieden uit Duitsland.

De Chinese zeelieden volgden, in de crisisjaren de dienstboden uit Duitsland, mijnwerkers uit Polen en Slovenië. Maar ook Walen, Schotten, Grieken ,Armeniërs en Italianen kwamen voor de tweede wereldoorlog naar Nederland.

In de periode 1960-1974 kwamen via wervingscampagnes in de thuislanden de gastarbeiders naar Nederland, afkomstig uit de landen rondom de Middellandse Zee. Ze kwamen tijdelijk, om te werken. De economische teruggang veranderde dat perspectief. Ze bleven. En gezinshereniging en gezinsvorming volgden.

Het Nederlandse vreemdelingenbeleid is weliswaar restrictief, hetgeen inhoudt dat een buitenlander Nederland alleen voor langer verblijf binnen mag als er sprake is van een internationale overeenkomst, (zoals bijvoorbeeld tussen de landen van de Europese Unie, ) een wezenlijk Nederlands belang dan wel klemmende redenen van humanitaire aard, maar terecht valt onder deze laatste noemer wel gezinshereniging en gezinsvorming.

De laatste jaren kennen we de asielzoekers. In 1997 is dit aantal ten opzichte van 1996 met 51% toegenomen.
Waaronder 9641 mensen uit Irak en 5920 uit Afghanistan.
De laatste vijf jaar is het migratiesaldo gemiddeld meer dan 40.000.
Dit jaar lijkt het erop dat we de 60.000 gaan halen..
Asielzoekers, minderheden vluchtelingen vreemdelingen actueel ?

Toch hebben we het niet dagelijks over alle vreemdelingen.
Niet iedere migrant valt even hard op, of krijgt met vooroordelen te maken. Vluchtelingen, asielzoekers, Islamitische buitenlanders, Surinamers, Molukkers en Antillianen hebben er de meeste last van.
Vroeger kregen de Joden en a-socialen overal de schuld van en ook over homoseksuelen, zigeuners en woonwagenbewoners bestonden aparte ideeën, maar vandaag de dag is de zichtbare immigrant meestal het mikpunt, waarbij de toevloed van Islamieten in sommige West-Europese landen leidt tot Islamophobia, een weerstand tegen de Islam die met een fobie te vergelijken is.
( Zie Islamophobia., a challenge for us all, the Runnymede Trust. )

Los van de vluchtelingen problematiek en de weerstand tegen de opkomst van de Islam, die ik overigens beide niet wil bagatelliseren zijn er nog andere problemen.

Zo is er een hoge criminaliteit onder Marokkaanse jongeren. Dit op zich kan leiden tot stigmatisering. Zowel publiekelijk als binnen de politie bestaat de kans dat alle criminaliteit wordt toegeschreven aan "die rot-Marokkanen" Discriminatie is dan niet ver weg meer en de opkomst in de jaren tachtig van ultra-rechtse partijen in wijken waar veel allochtonen wonen is een teken aan de wand.

Maar even terug. De economische recessie leidde in Nederland tot grote werkloosheid. Natuurlijk was de slecht opgeleide vreemdeling daar het slachtoffer van.

De werkloze buitenlander, kreeg minder inkomen , vaak een uitkering uit de staatskas. Maar relatief weinig geld ,zeker voor jongeren, en toch de behoefte om gewoon mee te doen. Met uitgaan, met kleding, gelijk aan anderen, gelijk aan Nederlanders.
Geïntegreerd dus, leidt dat niet tot :" Als ik het niet krijg dan ga ik het halen". Met andere woorden is een deel van het probleem een sociaal -economisch probleem, met als wellicht dieper liggende oorzaak onvoldoende scholing .

We kennen verder het rondhang-gedrag op straat.

Marokkanen en Turken hebben vaak relatief grote gezinnen terwijl hun huisvesting meestal aan de krappe kant is. Dat op zich, thuis niet al te veel ruimte, met de thuiszittende humeurige vader, levend volgens de traditie van zijn thuisland, en het feit dat jongeren in de thuislanden veel op straat verblijven, maakt het verklaarbaar dat veel jongeren op straat hun heil zoeken.

Maar ook zijn er andere redenen. Een gezin van vijf personen dat over een tweekamerflat beschikt. Vader, moeder, zoon en twee dochters. Bij het naar bed gaan van de dochters zal de zoon naar buiten moeten. Kuisheidsgevoel en schaamte spelen in de Islamitische traditie een behoorlijk sterke rol.

Een concentratie jongeren ( al dan niet gekleurd ) op straat leidt er toe dat mensen zich niet veilig voelen.
En de kans dat rondhanggedrag zich ontwikkelt tot crimineel gedrag of dat het aanleiding is voor openbare orde problemen, is zeker niet denkbeeldig.
En dat leidt dan weer tot verminderde acceptatie bij autochtone bewoners.
Tot brieven aan politici en de politie.

Over problemen met allochtonen, met allochtone jongeren. Het speelt overal, van Woerden tot Veenendaal, van Leersum tot Utrecht, maar in de ene gemeente manifesteerde zich het verschijnsel eerder dan in de andere.

Expertisecentrum politie en allochtonen

In Utrecht was de situatie begin jaren "90 voor de politie aanleiding een Coördinator Islamitische Gemeenschappen aan te stellen, eerst in een district , Marco Polo. Maar er was ook een externe aanleiding die een katalyserende factor in de ontwikkeling bleek te zijn. Moslims voelden zich in Europa onveilig. De reden daarvoor was gelegen in een aantal aanslagen op een aantal moskeeën en anderen eigendommen van Islamieten in vooral West- Duitsland maar ook in Nederland. Vertegenwoordigers uit de moslimgemeenschap namen hun verantwoordelijkheid en brachten de gevoelens van onveiligheid onder de aandacht van de minister van Binnenlandse zaken.

Deze opende deuren bij lokale overheden en de politie. Een formele samenwerking bleek mogelijk. Al snel werd de hele stad het werkterrein en groeide de coördinator tot een bureau, het werkgebied werd de hele regio en per mei 1998 werd besloten te komen tot een " expertisecentrum politie en allochtonen."

De taak van dit centrum is drieledig:

1. het vergroten van de professionaliteit van de politie in een multiculturele samenleving door cursussen aan te bieden, maar vooral door netwerken binnen de allochtone gemeenschappen op te bouwen en te onderhouden en de daar aanwezige kennis en ervaring aan te wenden voor de politie. Het expertisecentrum is voor de gehele Nederlandse politie en richt zich op de integratie van de leden van minderheidsgroeperingen in de Nederlandse samenleving.
2. het vergroten van de diversiteit binnen de politie door activiteiten gericht op het binnen halen en binnen houden van allochtone collega's. De politie regio Utrecht is er van overtuigd dat ze geen witte politie moet zijn, maar integendeel een afspiegeling moet vormen van de samenleving. Intussen zijn er zo'n 120 allochtone collega's in dienst, maar dat moeten er meer worden
3. Het beleidsmatig en administratief ondersteunen van vreemdelingendiensten in de districten, o.a. door het zijn van koppelingsbureau VAS-GBA en applicatiebeheerder van VAS.

Recent is het expertisecentrum in het nieuws gekomen doordat bekend werd dat er in drie districten van verschillende politieregio's experimenten gaan plaats vinden met als doel te extraheren welke factoren en actoren van belang zijn bij het werken in een multiculturele wijk.

Die experimenten vinden plaats in:

politieregio Amsterdam-Amstelland district Meer en Vaart
politieregio Midden-Holland district Waag en Wiericke
politieregio Utrecht district Marco Polo

Deze experimenten worden wetenschappelijk begeleid..

Hoewel het expertisecentrum eerst in mei 1998 werd opgericht beschikt het al over een schat van ervaring, die in een lange reeks van jaren werd opgebouwd door de Coördinator Islamitische Gemeenschappen van district Marco Polo en de beleidsmedewerker allochtonen van district Tolsteeg.

Deze ervaring omvat onder andere het bekend zijn met en kunnen omgaan met vertegenwoordigers uit de landen van herkomst als China, Iran, Irak, Turkije, Kirgizië, Marokko, Suriname, India, Pakistan enz. ,kennis van specifieke gewoontes en gebruiken, de Islamitische religie en traditie, geografisch gebonden bijgeloof, afwijkingen in huwelijks- en geboorterecht, minderhedenbeleid, vreemdelingenbeleid, personeelsbeleid gericht op doelgroepen, en dergelijke.

Van deze ervaring wordt binnen en buiten de politie gebruik gemaakt. Overigens snijdt het mes aan twee kanten, Ook voor vertegenwoordigers van minderhedenorganisaties is het gemakkelijk een bekend en bereikbaar aanspreekpunt te hebben voor problemen die spelen.

Bekend, inderdaad, "kennen en gekend worden" daar gaat het om en om samenwerking. Een van de eerste projecten droeg de naam, naar een Arabische spreekwoord;" Een hand alleen kan niet klappen".

Enkele resultaten :

Alle Islamitische verenigingen, groepen en moskeeën zijn
in kaart gebracht. Contactpersonen zijn bekend, en zij
zijn bekend met het expertisecentrum.

Met een groot aantal verenigingen c.a. zijn
samenwerkingsverbanden aangegaan, die van vereniging tot
vereniging voor wat betreft de inhoud kunnen verschillen,
maar die als centraal thema hebben:" Het aanpakken
van die zaken die leefbaarheid en veiligheid
verhogen". De wederzijdse bijdragen geschieden
binnen de eigen verantwoordelijkheid en met behoud van de
eigen identiteit.

Aan verenigingen wordt voorlichting gegeven over
specifieke Nederlandse wetgeving, voorkoming misdrijven,
vreemdelingenwetgeving, jeugdzorg, milieuzorg. Ook een in
de Islamitische samenleving precair onderwerp als
"het risico dat meisjes lopen in de prostitutie
terecht te komen " is onder bepaalde voorwaarden
bespreekbaar te maken.

de politie houdt spreekuur in de moskee
Er zijn oudercommissies die zich richten op de
ondersteuning van de eigen jeugd.

Er zijn Marokkaanse kaders en netwerken die door de
politie te raadplegen zijn.

Er zijn huiswerkklassen bij moskeeën.
Ouders van Islamitische jongeren surveilleren op verzoek
van de politie op bepaalde plaatsen en tijden met als
doel de eigen jeugd in de gaten te houden. Dit idee kreeg
internationaal navolging, zie de Telegraaf van 31-3-1998,
Kopenhagen , Moh. El Masuri, raadslid te Kopenhagen was
op bezoek.

Islamitische verdachten worden bezocht door de Iman.
In de arrestantenverblijven is Islamitische lectuur
aanwezig.

Ten tijde van de dreigende watersnood in 1995, werden de
Islamitische evacuées uit de bedreigde gebieden in de
eigen gemeenschap opgevangen . (Het was Ramadan). Ook
werd en passant f. 25.000,- opgehaald voor het Rode
Kruis.

Met jongerenorganisaties worden programma's opgesteld,
zie bijvoorbeeld het Utrechts Nieuwsblad van 4 september
1998 over de ULU-jongeren waar meer dan 500 jongeren
deelnemen aan 28 activiteiten.

Andere jongeren richten een internaat op en managen dat,
waarin jongeren tot ongeveer 18 jaar de middelbare school
door begeleid worden (Beatitas Overvecht.)

Tijdens oud en nieuw surveilleert de Iman met de politie.

Maar ook andersom zijn er resultaten:

De politie is welkom in moskeeën en bij verenigingen.
De politie wordt tijdig over activiteiten geïnformeerd.
Bijv. slachtfeest, geen illegale slachtingen meer, en
andere feesten zodat openbare orde en parkeerproblemen
zich niet voor doen.

De politie leert de andere cultuur en taal kennen.
Het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten over de
politie verloopt aanmerkelijk soepeler dan in het
verleden.

Ambassades en consulaten zijn meer toegankelijk .

Ook een activiteit als het Marco Polo-team, past in opsomming van resultaten. Dit team bestaat uit jongeren die in de fout gegaan zijn maar zich willen herstellen. Zij assisteren nu de politie bij surveillance op winkelcentra en bij beurzen. De projectleider van het team probeert de jongeren toe te leiden naar een normale school of werksituatie en meestal met succes.

Hoe verder?

In de stad Utrecht heeft 10,4 % van de bevolking een niet-Nederlandse nationaliteit en 28,7 % een niet-Nederlandse etniciteit. Dat zie je op straat, dat merk je in de samenleving.

En wordt Nederland gastvrijer? De Turkse kleermaker Gumus moest blijven, vond 50 % van de Nederlanders. Maar er is ook de Bossche actiegroep "Vol is Vol".

Het Sociaal Cultureel Planbureau registreert een striktere afwijzing van discriminatie, maar ook een groeiend gevoel dat er in ons land teveel buitenlanders wonen.

Bij een poging de toekomst in beeld te brengen (Bosno 26) , wordt gesteld:

de samenleving verandert voortdurend, maar steeds sneller
en ingrijpender, o.a. als gevolg van toenemende
etniciteit.

Dit maakt de functie van de politie gecompliceerder en
vraagt om integrale veiligheidsconcepten.

sleutelwoorden daarbij zijn: specialisme, samenwerking,
dienstbaar, aanspreekbaar, bereikbaar, bevestiging van
waarden en normen, ondersteuning van hen die in
achterstandssituaties verkeren, positieve aandacht geven
en kennen en gekend worden.

De aanwezigheid van diverse subculturen in een samenleving is een verrijking ervan. Die diversiteit mag en moet zeker blijven, maar moet wel hanteerbaar gemaakt worden. De stad, het dorp is er voor iedere bewoner. Dat betekent dat iedereen de mogelijkheid moet hebben te participeren. En dat is nu niet zo.

Er zijn mensen met een achterstand op belangrijke terreinen als scholing, huisvesting, gezondheid en arbeid.
En waar een algemene aanpak niet werkt zal doelgroepenbeleid ontwikkeld moeten worden. Dat is allemaal niet zo moeilijk, vaak een kwestie van gewoon doen.

Op het gebied van onderwijs:

zorg voor een systeem dat spijbelen onmogelijk maakt.
geef de ouders van schoolgaande kinderen, tijdens
schooltijd een eigen opleiding

zorg voor inburgeringscontracten, zo die er nog niet zijn
zorg voor huiswerkklassen en naschoolse opvang
stimuleer onderwijsactiviteiten van moskeeën en
verenigingen.

Een internaat als laatst door Tweede Kamerlid Arib
bepleit kan daar zeker ook bij helpen

Op het gebied van huisvesting:
--voorkom concentratiegebieden
-informeer mensen over gewenst gedrag.

Op het gebied arbeid
-zorg voor arbeidstoeleiding en scholing

Subculturen blijven bestaan, maar het respecteren ervan en het omgaan met tegenstellingen kan beter. Er moet interactie en cohesie komen tussen subculturen, men weet te weinig van elkaar. Angst voor het onbekende beperkt de vrijheid om te werken aan iets nieuws. Contact moet er zijn op persoonlijk niveau.
Hoe vaak bezocht U een moskee voor een goed gesprek. Hebt U wel eens een gesprek gehad met een allochtoon in uw gemeente of in uw werkomgeving? Of blijft het hooguit bij een vriendelijk goedemiddag?
Bent U werkelijk geïnteresseerd in de mens achter de allochtoon en zien anderen dat van U? Of is het niet uw zorg?

Is het niet zo, dat als U geen allochtonen kent U een deel van het probleem bent, maar er liggen kansen.

De interculturele samenleving is een feit. De politie moet daar haar plaats in weten. Bij de samenleving hoort de wijkagent Hij kent en wordt gekend.
Bij intercultureel behoort kennis over culturen. Al die kennis te verwachten van de wijkagent in irreëel. Vandaar dat expertisecentrum politie en allochtonen , dat 24 uur per dag en zeven dagen per week als back-office voor de wijkagent en anderen te raadplegen is.

Er is al veel, er kan nog meer, Wellicht leiden niet alle wegen naar Rome ,maar wel 1001 naar Mekka.

Maar verwacht het niet van de ander. Van de instanties, de regering, de Tweede kamer ,de vakbonden, de werkgeversorganisaties, van de burgemeester, van het college of van de politie.

Verwacht het van niemand. Niemand neemt het probleem over. Als het een probleem is, is het uw probleem, en bent U de enige die er wat aan kan doen. Verlaat de afschuifcultuur, daar hebben we toch die en die voor?

Vergeet het, doe het zelf. Moeilijk, neen, wel leuk.

Het gaat om : SAMEN, investeren in "kennen en gekend worden."

En zongen Peter and Gordon niet: "To Know you is to love you ?"

J.Th.L. Papeveld, directeur Expertisecentrum Politie & Allochtonen