woensdag, september 28, 2005
Foto: Boekuitreiking - 'Reiken naar een nieuwe wereld'

Toespraak bij de presentatie van 'Reiken naar een nieuwe wereld' op 28 september in Den Haag door de auteur Hennie de Pous-de Jonge.

Foto: Boekuitreiking - 'Reiken naar een nieuwe wereld'

Toespraak bij de presentatie van 'Reiken naar een nieuwe wereld' op 28 september in Den Haag door de auteur Hennie de Pous-de Jonge.

Dank u allen, dat u gekomen bent van ver en dichtbij.
Reiken naar een nieuwe wereld – van Oxfordgroep via Morele Herbewapening naar Initiatives of Change. Een verhaal, zoals de uitgever Kok in Kampen in zijn najaarsfolder schrijft, van een beweging waarbinnen het ideaal van een nieuwe wereld altijd centraal heeft gestaan.

Vijf jaar geleden had ik voor het eerst het idee voor dit boek. Over Morele Herbewapening, zoals Initiatives of Change tot 2001 heette werd en wordt heel verschillend gedacht. Ze is in het verleden onderwerp geweest van controverses en nu vragen mensen vaak: Bestaat het eigenlijk nog?

Ik vond het tijd voor een eerlijk boek. Toen ik begon had ik geen idee hoeveel werk het zou zijn. Het boek groeide onder mijn handen.Gelukkig heb ik veel hulp gekregen. Al die mensen, die hier ook aanwezig zijn, ben ik zeer erkentelijk. In mijn verantwoording heb ik hen bij name genoemd.

In de inleiding schrijf ik dat het over een beweging gaat, die eigenlijk geen beweging wilde zijn. In feite is het een boek over mensen. (Onder andere op basis van vele interviews.) De ervaringen van mensen maken dit tot één geheel, een schilderij waar àlles een plaats heeft. Goede èn slechte ervaringen.

Het gaat over mensen die ergens in hun leven, op de een of andere manier geraakt werden, die op een kruispunt stonden, besloten een bepaalde richting te kiezen, zelfstarters werden en de dynamiek ontdekten die vanuit stilte ontstaat. Allemaal met het oog op een nieuwe wereld. De mensen maakten de beweging.

Sinds 1924, toen de Oxfordgroep geleidelijk begon wortel te schieten in Nederland is altijd de urgentie van de tijd gevoeld, het spoorde mensen aan om nú te handelen, anders is het te laat.

In de moeilijke jaren van het interbellum, sprak de aanpak van de Oxfordgroep vooral mensen in de kerken aan. De sfeer in de 'house-party's' was verfrissend. Die house-party's waren geen dansfestijnen zoals nu. In die tijd waren dat informele bijeenkomsten van een weekend of enkele dagen, soms bij iemand thuis of in zaaltjes, waar mensen vanuit hun geloofsovertuiging met elkaar over belangrijke levensvragen spraken en ervaringen deelden. Het geloof had een praktische betekenis. Het kon je problemen oplossen, als je tenminste bereid was bij jezelf te beginnen. Mensen kwamen zo anders terug van een house party, dat het de familieleden opviel, zo is me verteld. Autoritaire vaders bijvoorbeeld werden benaderbaar.

De Oxfordgroep nam een enorme vlucht, velen vonden een levend geloof, een zin voor hun leven. De socioloog Bert de Loor heeft dit fenomeen onderzocht en beschreven in 'Nieuw Nederland loopt van stapel'. Ik heb van zijn boek over die periode dankbaar gebruik gemaakt. Hij typeerde dit fenomeen als historisch: een uiting van ongekend enthousiasme, een sociale beweging.

In 1937 mondde dit enthousiasme uit in een grootschalige bijeenkomst tijdens de Pinksterdagen in de groenteveilinghallen in Utrecht, getiteld 'Nieuw Nederland loopt van stapel'. (Bert de Loor heeft zijn boek dus deze titel meegegeven, dit boek is overigens ook uitgegeven bij Kok, Kampen.) Een paar feiten:

  • de manifestatie duurde 12 dagen, van Hemelvaartsdag tot en met tweede Pinksterdag;
  • er kwamen honderdduizend mensen;
  • ze sliepen of bij particulieren of in schoollokalen;
  • de NS lieten speciale treinen rijden, deelnemers kregen gereduceerde kaartjes;
  • het Utrechts nieuwsblad bracht een speciaal Oxfordgroep bijvoegsel uit;
  • het klokkenspel van de Dom speelde Oxfordgroep liederen, zoals 'Wij luiden nu juichend Nieuw Nederland in'.
  • In 1938 ging er een andere wind waaien toen de oprichter van de Oxfordgroep, de lutherse predikant Frank Buchman, opriep tot een morele en geestelijke herbewapening. Dit was in antwoord op de militaire herbewapening die overal in Europa gaande was. Het gevoel van urgentie werd opgevoerd. De beweging kreeg de naam morele herbewapening.

    In Nederland schaarden zich vele vooraanstaanden achter de oproep tot een morele en geestelijke herbewapening tot aan koningin Wilhelmina toe. Mensen hoopten dat zo een nieuwe wereldoorlog voorkomen kon worden. Koningin Wilhelmina zag deze actie als een kans mensen te inspireren tot saamhorigheid en om de wijdverbreide werkeloosheid aan te pakken.
    De oproep van de koningin verscheen in de dagbladen in oktober 1938 onder de kop 'Een persoonlijk woord van de koningin'. Ze herhaalde deze in een radiorede in januari daarna, die via luidsprekers op de daken, o.a. vanaf het dak van de Bonneterie in Den Haag, op straat te horen was.

    Een lawine van reacties was het gevolg. Overal werden comités opgericht met het doel iets aan de werkeloosheid te doen. Cees Fasseur noemt in zijn biografie over koningin Wilhelmina de belangstelling voor Morele Herbewapening destijds een hype. Hij verklaart het als een wanhoopskreet, een roep om hulp vanuit een wereld die snel afgleed naar een grote oorlog, die niemand in Nederland wilde.

    Tijdens de oorlog was Morele Herbewapening als organisatie verboden, maar privé leefde het voort. Na de oorlog werd de draad weer opgepakt en weer was er dat enorme gevoel van urgentie. Men was bang dat als men niet nú zou handelen, er een derde wereldoorlog zou uitbreken. Op de puinhopen van Europa moest een nieuwe democratische samenleving opgebouwd worden.
    Vanuit dat idee gaven mensen studies eraan en gingen fulltime met Morele Herbewapening werken zonder zicht op een vast salaris.

    Later kwam daar ook de dreiging van het communisme bij. Dat gold vooral voor het Roergebied. Vele jongeren o.a. uit Nederland hebben er jaren gewerkt. Zij logeerden bij mijnwerkers, getrainde marxisten, met wie ze tot diep in de nacht gesprekken voerden. Onder andere met toneelstukken en musicals werd de boodschap uitgedragen dat de keuze niet was communisme of kapitalisme, maar dat er een derde mogelijkheid was, namelijk die van verandering, verzoening en samenwerking. Die derde weg, zo werd er, nogal aanmatigend, vaak bij gedacht en gezegd was Morele Herbewapening.

    De beweging appelleerde aan het idealisme dat vooral bij jongeren leefde. Het gaf mensen de hoop dat dingen anders zouden kunnen gaan en ook de visie dat als we nu maar allemaal meewerken het snel zou kunnen gebeuren. Nieuwe mensen, nieuwe landen, een nieuwe wereld – het leek wel een automatisme – stond er op een spandoek op een massabijeenkomst in de Rivièrahal in Rotterdam in de jaren vijftig. De foto staat in het boek.

    Morele Herbewapening trok mensen aan, maar stootte mensen ook af. Dat laatste werd vanuit de organisatie aldus verklaard: Mensen bieden natuurlijk tegenstand als je ze uitdaagt om eerlijk, betrouwbaar en gewetensvol te zijn. Niet iedereen wil dat. Mensen zijn tegen ons omdat we hun geweten prikkelen en ze niet willen veranderen.

    Maar dit is niet het hele verhaal. Er was wel degelijk kritiek die terecht was en waar helaas niet naar geluisterd werd. Er zijn tijden geweest dat je dit niet mocht zeggen. Met de beweging kon niets mis zijn. Als je kritiek had, was er iets mis met jezelf.

    En zo kreeg je de vreemde situatie dat mensen werden aangemoedigd om zelfkritiek toe te passen en persoonlijk te veranderen, maar op het functioneren van de beweging als geheel mocht geen kritiek uitgeoefend worden. Er was geen ruimte voor een eerlijke evaluatie van de evenementen en er kon dus niet geleerd worden van de fouten. En dan gaan er dingen mis. Vanuit het idee dat de nood van de wereld groot was en dat snelle actie geboden was, werden de gelederen gesloten.

    Er was groepsdruk, eenvormigheid, angst om uit de pas te lopen. Dit werd verergerd door het feit dat het team in Nederland aan de leiband liep van de Engelse afdeling. De lijn die daar gevolgd werd, werd klakkeloos overgenomen in Nederland, met soms negatieve gevolgen. Een voorbeeld daarvan was de actie in begin jaren zestig met paginagrote advertenties, die letterlijk uit het Engels vertaald werden. Er was eigenlijk totaal geen reden deze actie in Nederland te voeren. Morele Herbewapening kwam daaruit naar voren als een organisatie die precies wist hoe iedereen moest leven en denken. De arrogante moraliserende houding die daaruit sprak heeft het imago van MH geen goed gedaan.

    De les die hieruit getrokken kan worden is dat het altijd belangrijk is naar dissidenten te luisteren. En dat het voor mensen met een afwijkende mening belangrijk is die naar voren te brengen. Dit vraagt van beide kanten moed. En dit geldt voor iedere organisatie, politiek, kerkelijk of maatschappelijk. Open staan voor kritiek en bereidheid tot zelfkritiek draagt juist bij aan de geloofwaardigheid.

    Langzamerhand drong dit besef ook door in de gelederen van Morele Herbewapening. De leiders uit die tijd, met name Peter Hintzen, die helaas gestorven is, en Aad Burger, die hier aanwezig is, besloten het werk van Morele Herbewapening weer een Nederlands gezicht te geven. In de loop van de volgende decennia ging er, ook internationaal, een nieuwe wind waaien. Het functioneren van de beweging kon in een kritisch licht bekeken worden.

    Het werd allemaal wat vrijer en minder krampachtig, misschien ook wel omdat het gevoel van urgentie wat minder werd.
    De nood in de wereld is weliswaar nog steeds groot, maar of we dat allemaal nog tijdens ons leven kunnen veranderen? Het idee de waarheid in pacht te hebben maakte plaats voor bescheidenheid. Morele Herbewapening was en is, gelukkig, niet de enige speler in dit veld.

    Geleidelijk groeide de behoefte om ook de naam te veranderen. De naam Morele Herbewapening had teveel ballast. En de naam Initiatives of Change paste mooi bij alle praktische initiatieven die in de laatste decennia onder de paraplu van Morele Herbewapening ontwikkeld zijn om een specifiek probleem aan te pakken.

    Als het stof van het zelfonderzoek is neergedwarreld, is er ruimte te zien wat wel de moeite waard is om vast te houden. En dat is veel. In het boek heb ik geprobeerd dat te destilleren. Als we namelijk mee willen werken aan een meer rechtvaardige en vreedzame wereld, hoeven we niet opnieuw het wiel uit te vinden. We kunnen van anderen leren hoe het niet moet en hoe het wel kan.

    Op bijvoorbeeld het gebied van het bouwen van bruggen tussen mens en mens, het eerlijke gesprek tussen mensen van verschillende culturen en religies, het brengen van verzoening tussen mensen en groepen die elkaar naar het leven staan, heeft Initiatives of Change een ruime ervaring. Een aantal elementen uit die ervaring ( ik noem maar een paar dingen, er moet ook nog reden voor u zijn het boek te gaan lezen):

  • als je iets in een vastgelopen situatie wilt veranderen moet je beginnen bij het bewustzijn, de mentaliteit van mensen;
  • het helpt daarbij als mensen naar elkaar willen luisteren;
  • maar niet alleen naar anderen, ook naar jezelf, je geweten, je innerlijke stem, voor gelovigen naar God. Deze persoonlijke bezinning, stille tijd, is essentieel;
  • een sleutel tot verandering is ook: bereidheid de fout bij jezelf te zoeken en zonodig je daarvoor oprecht te verontschuldigen. Dit doet wonderen. Je zet als het ware een knop om. Er komt ruimte. Mensen beschrijven deze ervaring als een bevrijding.
  • Een centrale rol in dit werk speelt het conferentiecentrum in het Zwitserse bergdorpje Caux. Na de tweede wereldoorlog betrof dat de verzoening tussen Duitsland en de andere Europese landen. Caux was een van de eerste plaatsen waar Duitsers toen welkom waren, en waar ze ook in groten getale kwamen en hun vroegere vijanden ontmoetten.

    En nog steeds speelt Caux een rol als plaats waar tegenstanders elkaar buiten het zicht van de media kunnen ontmoeten en elkaar vaak nader komen. In recente jaren waren dat onder andere vertegenwoordigers van strijdende partijen uit Sierra Leone, Somalië, het Afrikaanse Grote Merengebied, Soedan, Colombia en het Midden-Oosten.

    Bruggen slaan tussen mensen en groepen is meer dan ooit nodig. Het is nodig om te ontdekken dat degene van de andere groep, cultuur of religie niet noodzakelijkerwijs een bedreiging vormt. In onze huidige samenleving wordt ons het denken in tegenstellingen welhaast opgedrongen. We worden verleid tot vijanddenken. Er is moed nodig om niet mee te huilen met de wolven in het bos.

    En er is bezinning nodig over wat voor een soort samenleving we willen. Willen we wel een angstige samenleving, waar we onszelf moeten beschermen, muren optrekken tegen…, ja tegen wat of wie eigenlijk? Of is de vriendschap van onze buren een betere bescherming dan een muur?

    De metafoor bruggen bouwen is interessant omdat daarin begrepen is dat we de verschillen niet hoeven weg te poetsen of te verdoezelen. Ze zijn er. De brug stelt je in staat kennis te nemen van een ander gezichtspunt, zonder dat ook tot het jouwe te hoeven maken. Wel kan de dialoog met de ander ons helpen de dingen genuanceerder te zien.

    De beweging en de mensen waar dit boek over gaat hebben met vallen en opstaan veel geleerd

  • over verandering en verzoening;
  • over rechtvaardigheid en solidariteit;
  • over de grondslagen van democratie;
  • en de voorwaardenvoor goed bestuur;
  • over ethisch en sociaal verantwoordondernemen;
  • over conflicthantering en het stichten van vrede.

Het is nooit klaar, je kunt nooit achterover leunen. We blijven bezig.

Moge dit boek mensen hierbij helpen.

Eerder zei ik iets over moed die nodig is om onafhankelijk te denken. Ik ben heel blij dat ik het eerste exemplaar mag aanbieden aan iemand die dat doet. Iemand met een scherpe en intelligente geest en met een intelligent hart, iemand die zich, als dat haar goed dunkt, durft te onttrekken aan de gangbare mening en haar eigen afwegingen maakt op basis van duidelijke principes en een helder inzicht. Yvonne Timmerman-Buck…

Toespraak bij de presentatie van 'Reiken naar een nieuwe wereld' op 28 september in Den Haag door de auteur Hennie de Pous-de Jonge.