zaterdag, juli 1, 2006

Een Rotterdamse journalist vertelt waarom hij plezier heeft in zijn werk.

Er wordt me regelmatig gevraagd hoe lang ik 'nou alweer' bij m'n huidige werkgever zit. Mijn antwoord, 'ruim dertien jaar', roept steevast dezelfde mengeling van ongeloof en meewarigheid op. Dertien jaar is tegenwoordig namelijk ontzèèèèttend lang. Er moet dus wel iets mis zijn met mij. En dus gaan de vragen door. Solliciteer ik wel? Ben ik soms niet goed genoeg en kom ik daarom niet weg? Het lijkt er bij m'n generatiegenoten, en ook de jongeren die ik tegenkom, maar niet in te willen dat ik een wereldbaan heb, dat ik nog steeds plezier in m'n werk heb, meestal in elk geval, en dat ik dat dus niet ga inruilen voor een andere baan alleen maar omdat je mobiel 'hoort' te zijn. Want wie garandeert me dat ik bij een andere werkgever net zoveel vrijheid en arbeidsvreugde heb als nu? Ik werk als journalist in Rotterdam, de spannendste stad van Nederland. Natuurlijk zijn er ook in de rest van het land verhalen te maken van burgers die in aanraking komen met een onwillige bureaucratie, of van overlast door rotganzen, of over exposities of ontslagen voetbaltrainers. Maar Rotterdam is daarnaast de grootste haven van Europa, de politieke proeftuin van Nederland, en de stad met de meeste festivals. Dat hebben Arnhem of Groningen of zelfs Amsterdam niet. Daaromheen ligt een grootstedelijke regio waar van alles gebeurt en daaromheen een ring van mooie polders en eilanden waar ook genoeg nieuws te halen valt. Het is hier nooit saai. Elke werkdag is anders. De ene dag zit ik op het Stadhuis, de volgende loop ik door de boerenklei. Ik mag jan en alleman, soms heel impertinente, vragen stellen en ze geven nog antwoord ook. En natuurlijk kan ook dat een sleur worden, maar ik hoef mezelf er maar aan te herinneren dat ik een heel bevoorrechte baan heb in vergelijking met iemand die dag in dag uit op een kantoor zit en dan schijnt de zon vanzelf weer. Daarnaast heb ik in die dertien jaar acht verschillende functies uitgevoerd. Niet omdat ik elke keer wegens incompetentie werd doorgeschoven, maar omdat ik in een bedrijf werk dat z'n mensen de kans geeft zich op zoveel mogelijk onderdelen te ontplooien. Daardoor raak je niet snel uitgeleerd, en niet snel uitgekeken. Plezier zit ook in de waardering van collega's en leidinggevenden. Het is voor iedereen belangrijk te weten dat je inzet en je kwaliteiten op prijs gesteld worden. Er is wel eens een periode geweest dat ik die waardering minder voelde, maar ook daar is overheen te komen als blijkt dat de waardering er wel is, maar dat sommige mensen vergeten die uit te spreken. Er is dus niets mis met mij. Ik vraag me wel eens af of er niet iets mis is met al die mensen die elke drie of vier jaar gaan 'jobhoppen'. Dan heb je het kennelijk niet naar je zin gehad, en kies je dus misschien wel elke keer de verkeerde baan. Ben je drukker bezig met snel rijk worden dan met plezier in je werk. Dat roept bij mij nou ongeloof en meewarigheid op. En als ik ooit toch nog eens iets anders wil dan is haast allang niet meer geboden. Als het aan het huidige kabinet ligt gaat mijn arbeidzame leven nog dertig jaar duren in plaats van twintig. Alle tijd dus. Geert-Willem Overdijkink Uit: Ander Nieuws, juli/augustus 2006.