vrijdag, januari 1, 1999

Een bijna 93 jarige schrijft over hoe het is om oud te worden.

Het kost me enige moeite mezelf een oude vrouw te noemen, maar ik ben het wel, bijna 93. Enige tijd geleden had ik een vriendin op bezoek, van wie ik weet dat ze van lekkere dingen houdt. Nu heb ik een leverancier die me heerlijke diepvriesappeltaarten levert en ik liet haar een stuk zien. Als je dat lekker lijkt, zal ik het als je weer komt, tijdig ontdooien, beloofde ik haar. Maar nu kan ik absoluut niet meer bedenken tegen wie ik dit gezegd heb.

Geheugenverlies komt bij de meeste oude mensen voor. Er gaat geen dag voorbij of ik peins me suf over een naam of versregel. En soms weet ik het dan ineens weer. Ik ben in 1930 getrouwd en zoals in de oude verhalen staat: ‘leefden wij lang en gelukkig’. Wij hebben 2 dochters en een zoon. De dochters wonen allebei in het buitenland, mijn zoon in Nederland, maar ver van mijn woonplaats. In 1993 is mijn man op zijn 90ste verjaardag gestorven. Toen het voor mij te moeilijk werd alleen te zijn, stelde mijn dochter Maria voor om bij haar in de buurt te komen wonen. Het was een moeilijk besluit, genomen na lang beraad, maar toen ik 90 was, ben ik naar Engeland verhuisd. Ik heb hier mijn eigen flat. Er is toezicht en een alarmbelsysteem. Tot dusver kan ik mezelf redden.

Het was en is een grote overgang om in een ander land te wonen en nieuwe vriendschappen te beginnen op mijn leeftijd. Mijn dochter maakt iedere dag tijd om bij mij te zijn en helpt me met raad en daad. Maar toch zijn er vele uren van eenzaamheid. Ik geloof in een almachtige God, die alles bestiert, ook mijn levensloop. Het treft me vaak zo dat we Hem, ondanks zijn almacht, toch Vader mogen noemen en ons met onze kleine aangelegenheden tot Hem mogen wenden. Ik vind het wel moeilijk om zo oud te worden en alles te zien aftakelen. Ik praat dan met God en dank hem voor veel goeds en vraag om kracht voor deze laatste levensperiode. Maar tegelijkertijd vraag ik om een spoedig, rustig einde.

Ik heb vroeger mijn M.O.A. en M.O.B. Engelse examens gedaan en ik ben nog aardig bedreven in de taal. Ik speel erg graag 'scrabble' - nu dus in het Engels. En als ik een enkele keer van mijn schoonzoon win, ben ik zo trots als een pauw! In deze computer wereld voel ik me niet thuis. Toch heb ik eens - met hulp - een e-mail gestuurd aan een kleinzoon in Nederland. Maar verder houd ik me maar aan brieven (snail mail noemt hij het). Door een uitgebreide correspondentie blijf ik enigszins op de hoogte van wat er in mijn geliefd Nederland gebeurt.

Wea Driessen-Jonker

Uit: Ander Nieuws, januari/februari 1999.