zaterdag, januari 1, 2005

Sinds 1999 heeft Initiatives of Change een Internationale Raad die zich met het wereldwijde beleid bezig houdt. Een nieuw lid van deze raad is de Australiër Mike Brown. Hier kijkt hij terug op vier decennia betrokkenheid bij MH/IC. En hij kijkt vooruit naar de plannen om een internationale leefgemeenschap in India te creëren.

Ik heb het werken met Morele Herbewapening een voorrecht gevonden, alhoewel er ook veel dorre periodes geweest zijn, frustraties, niet wetend waar we heen gaan. En veel hard werk. Toch overheerst het besef van voorrecht om deel te hebben aan deze bijzondere, wereldwijde beweging van mensen die vasthouden aan een visie van Gods creatieve en opbouwende verandering in de wereld. Dit gevoel werd versterkt op mijn reis naar en van Letland waar ik moest zijn voor een bijeenkomst van de Internationale Raad. Tijdens die reis ontmoette ik levenslustige groepen jongeren van Initiatives of Change in Oekraïne, Roemenië en Cambodja. Levenslustig zijn ook de jonge deelnemers aan het Action for Life programma in Azië, die ik begeleid heb. En begin februari is er een belangrijke IC bijeenkomst van mensen van onder de 40 in Nairobi. Wat zal er uit die bespreking voortkomen? Welke richting zullen zij opgaan? Ik denk dat dat afhangt van de diepte en de reikwijdte van de besluiten die ze daar nemen, van de vraag of ze een roeping zullen vinden en een geloof voor de rest van hun leven. Een wat roekeloos besluit Dat was het geval voor mijn generatie. Toewijding aan het werk van Morele Herbewapening betekende een tweeledige inzet: een totale en welgemeende overgave van onze ambities in ruil voor een levenslange zoektocht naar Gods creatieve doelen. En, om met alles wat we hadden, ons helemaal toe te leggen op het veranderen van de wereld door Morele Herbewapening. Ik was 19 jaar toen ik vaarwel zei aan mijn universitaire opleiding en een carrière als architect. Het was wel een wat roekeloos besluit. Maar het waren tenslotte de jaren zestig en veel van de baby-boomers wilden dingen veranderen. MH hielp ons een verband te leggen tussen onze manier van leven en onze idealen. Dat vereiste een geestelijke en morele discipline. In 1965 organiseerden wij de eerste jongerenconferentie van MH in Australië. Binnen 15 maanden waren 50 jonge Australiërs en Nieuw-Zeelanders op weg naar India, om samen met jonge Indiërs een ‘schoon, sterk en verenigd India’ te bouwen. Een aantal van die groep werkt nog steeds fulltime met IC. Anderen volgen hun roeping als politicus, diplomaat, journalist, boer, onderwijzer. Later heb ik acht jaar in India gewerkt. Maar eerst kwam ik terecht bij de Up with People beweging (in die tijd een jongerenprogramma van MH in de VS –red.) die het leven van duizenden jongeren in Amerika heeft beïnvloed. Die vijf jaar in de VS hebben mij heel veel gegeven, niet in de laatste plaats een blijvende liefde voor Amerika, ondanks zijn enorme problemen en tegenstrijdigheden.

Opgebrand

Zoals zo velen van mijn generatie, was ik tegen het eind van de jaren zestig helemaal opgebrand. Toen ik terugging naar Australië ontdekte ik echter dat het niet gemakkelijk was om van mijn dubbele inzet af te komen. God had me in mijn nekvel gegrepen. Op een avond in een rustig klooster, nam God mij mee naar een grotere diepte. En ik wist dat ik nooit voldoening zou kunnen vinden in wat een egoïstische zoektocht was geworden om mijn eigen weg te gaan. Maar die zou ik wel vinden door ‘Gods werk’ te doen, door mijn leven te geven om anderen te helpen hun aandeel te ontdekken in het vernieuwen van de aarde. Dit heeft mij geleid naar de wereld van schrijven en uitgeven. Ik heb voor een aantal bladen van MH gewerkt. De laatste twee waren New World News in Londen en Himmat Weekly, een politiek/sociaal blad van MH in India. Toen ik in India was trouwde ik met Jean, die zelf ook schrijft. Zij heeft mijn leven en geloof op onschatbare wijze verdiept. En twee jaar geleden kwam eindelijk mijn boek uit: No longer down under – Australians creating change. Maar het echte verhaal zit in de mensen met wie we in conferenties, ontmoetingen en programma’s samenwerken en naar buiten treden. Het blijkt dat de weg van geloof een avontuurlijke weg is. In Australië trokken we door het land met een stoet van caravans. Gedurende vier jaar werkten we met vrienden in Amerika om Hope in the Cities (programma om racisme aan te pakken – red) op te zetten. Dat heeft ons geïnspireerd ons in te zetten voor de verzoening tussen de oorspronkelijke bewoners van Australië (Aboriginals) en de overige Australiërs. We zijn hier nu al meer dan twintig jaar mee bezig. Het is een strijd om als land onze ziel te vinden door wonden uit het verleden te genezen en recht en rechtvaardigheid na te streven.

Leefgemeenschap

Sinds 2001 zijn Jean en ik lid van het ondersteunende team van Action for Life. Daardoor zijn we met jongeren in veel Aziatische landen geweest. En in mei van dit jaar zullen we, samen met vrienden in India en met wie ook maar wil, ons concentreren om opnieuw een internationale leefgemeenschap te starten in Asia Plateau, het IC centrum in Panchgani. Dat de jeugd de toekomst heeft is een cliché. Maar dat is niet alles. Om de economische en culturele machtscentra van de wereld te bereiken, moeten de generaties samen werken. De toenemende professionalisering die je in het werk van IC ziet, is nodig. Maar het is nog meer nodig dat genoeg mensen de romantiek van de eerste roeping (her)ontdekken, die dubbele inzet. De toekomst ligt in de handen van diegenen die moedig en nederig genoeg zijn om hun tijd, inspanningen, comfort, en zekerheid (en zelfs pensionering) in de handen van God te leggen zodat ze een verschil kunnen maken – of je onder of boven de veertig bent. Wat een voorrecht! Mike Brown Uit: Ander Nieuws, januari/februari 2005.